Terug
Snelzoeken

Artikel Humcoverstraat 74 - Bertha Zeligman

Stolpersteine
'Ze is vertrokken met de trein', vertelt de huidige bewoonster van het pand aan de Humcoverstraat: 'Ze is niet opgepakt.' Ze is Bertha en is een zus van Salomon Zeligman die woont aan de Markt in Meerssen en daar een slagerij heeft. Bertha is de dochter van Mendel Zeligman (geboren op 8 juli 1840) die op 14 september 1864 is getrouwd met Julia Andres (geboren op 6 december 1840), dan dienstbode in Schimmert en Meerssen. Bertha is hun vijfde kind.

Levenloop Bertha Zeligman

Bertha Zeligman wordt in 1875 - elf jaar na het huwelijk van haar ouders - geboren. Haar broer Salomon is het zevende kind van de acht van Mendel en Julia. De twee oudste, Jozef en Sophia, overlijden al voor de oorlog begint, het derde kind krijgt geen naam. Het wordt dood geboren. Alle vijf de kinderen die nog volgen, komen om in de kampen. Bertha in Sobibor, Carolina, Adolf, Salomon (van de Markt in Meerssen) en Louis in Auschwitz.

Bertha is geboortig van Meerssen, maar vertrok op 26 juni 1925, 50 jaar oud naar Den Haag. Het is niet bekend waarom ze op 1 september 1932 weer terugkomt. Waarschijnlijk koopt ze het huis aan de Humcoverstraat 74 en gaat ze daar wonen. Van het huis is bekend dat het gedwongen voorlopig verkocht wordt op 22 oktober 1942 en definitief op 15 februari 1943. Bertha blijft bij de huurder van het pand in pension.

In de loop van januari 1943 krijgen alle burgemeesters in Limburg de opdracht de Duitsers te laten weten welke 'Volljuden' nog in hun gemeente ingeschreven zijn. Op 5 februari stuurt de burgemeester van Meerssen zijn overzicht. Ook moet hij melden welke joodse mensen uitstel van evacuatie, afvoer, 'Umsiedlung' hebben en waarom. Ziekte is voor de Duitsers eerder een reden geweest enkele van hen weer naar huis te sturen, nadat ze waren opgepakt of zich hadden gemeld. Over Bertha schrijft hij: 'Ist krank und kann sehr beschwerlich gehen. Leidet an Gelenkrheumatismus, 67 Jahre alt.'

Begin april is duidelijk dat er weer Joodse mensen op de nominatie staan vanuit gemeenten in Limburg afgevoerd te worden. Op 6 april gaat bij de politie een bericht rond dat 'de in sommige gemeenten thans reeds aangevangen gedwongen evacuatie van Joden naar Vught (......) niet voor 8-4-43 dient te worden uitgevoerd. Men moet echter Joden die uit zichzelf zo snel mogelijk naar Vught willen verhuizen, zulks niet verhinderen.'

Bertha vertrekt dus op eigen gelegenheid naar het station van Meerssen en naar Maastricht. De burgemeester laat de gewestelijke politiepresident in Eindhoven per telegram weten: 'vertrek joden alhier normaal zonder stoornis verlopen.' Ook Bertha wordt op 12/13 april 1943 naar kamp Vught gebracht, gaat op 11 mei op de trein naar Westerbork en van daaruit naar Sobibor waar ze op 14 mei sterft.