Terug
Snelzoeken

Artikel Sint Josephstraat 5 - Familie Zeligman

Stolpersteine
Aan het begin van de oorlog woont Albert Zeligman, getrouwd met Eva Wolff in het huis St. Josephstraat 5 in Meerssen. Zij hebben twee kinderen: Herbert en Hildegard. Bij hen woont in Salomon Zeligman, een oom van Albert. Albert runt er een slagerij.

Er is niet veel bekend over Salomon Zeligman. Hij staat ingeschreven als koopman en wordt in het Meerssense 't Neunkske genoemd. Op 12/13 april 1943 wordt hij naar kamp Vught gebracht. Vandaar gaat hij op 9 mei 1943 op transport naar Westerbork en twee dagen later al door naar Sobibor waar hij op 14 mei sterft. Waarschijnlijk is hij direct vanuit de trein naar de gaskamer gestuurd. Sobibór was namelijk enkel opgezet om gevangenen zo snel mogelijk te vermoorden. De meesten stierven op de dag van aankomst. Salomon was bijna 77 toen hij arriveerde, te oud om nog te werken.

Albert en Eva Zeligman overleven de oorlog door van februari 1943 tot september 1944 ondergedoken te hebben gezeten op de zolder bij Joseph en Anna Mommers. Zij hadden een paar honderd meter van de slagerij op de hoek van de Bunderstraat en de (nu) Charles Eijckstraat een bakkerij hebben. Mommers had tegen Albert gezegd dat hij en Eva zich konden melden als hij vreesde opgepakt te worden. Tot de bevrijding in 1944 blijft dat een van de best bewaarde geheimen van Meerssen in de Tweede Wereldoorlog. Behalve de bakker en zijn vrouw waren maar enkele anderen die wisten dat zij daar ondergedoken zaten. Aan de familie Mommers is in september 2019 - 75 jaar na de bevrijding van Meerssen - postuum de Marsna Erepenning toegekend.

De kinderen Herbert en Hildegard Zeligman worden op 25 augustus 1942 door de Nazi's thuis opgehaald. Dat is een emotionele gebeurtenis waar de buurt voor uitloopt. Hilde zou overigens voordat ze werd gedwongen in een vrachtauto te stappen nog 'Leve de koningin' hebben geroepen. Aan de overkant van de straat - bij de Ketel - staat een grote groep jongeren. Herbert en Hilde zijn lid van de jonkheid van de Bunderstraat en Herbert vertaalde altijd de Franse verslagen van de Tour de France-etappes, die hij dan op het etalageraam van de slagerij plakte. Ze horen erbij. Er wordt gehuild. De omstanders voelen aan 'dat er iets ergs te gebeuren staat'. Een paar NSB-ers staan erbij te lachen.' Herbert en Hilde gaan op 28 augustus vanuit Westerbork op transport. Hildegard wordt al op 31 augustus vergast, terwijl Herbert nog leeft tot 15 december 1943, ongetwijfeld onder erbarmelijke omstandigheden.