Terug
Snelzoeken

Artikel Beekstraat 22a - Henri Hubertus Schepers

Stolpersteine
Aan de Beekstraat bij het toenmalige pand met nummer 22 wordt een steentje gelegd voor Henri Hubertus Schepers, geboren te Elsloo op 14 oktober 1914.

Henri Schepers is kleermaker en woonde bij zijn werkgever, kleermaker Albert Joris(sen). Hij is de zoon van sigarenmaker Nicolaas Schepers uit Elsloo, die is getrouwd met Maria Margaretha Cremers, ook afkomstig uit Elsloo. Henri komt uit een gezin met tien kinderen. Als de oorlog begint, is hij 25 jaar en ongehuwd. Hij is keeper van het eerste elftal van voetbalvereniging Marsana in Meerssen.

In 1943 wordt Schepers gedwongen tot tewerkstelling in Aken. Vandaar vlucht hij naar België en begeeft hij zich meteen in het verzet: de Witte Brigades. Hij werkt voor verzetsgroepen in Luik en Tongeren en is er bekend als Harrie en/of De Wit.

Ook over Henri zou de Werkgroep Struikelstenen graag meer willen weten. Hoe goed was hij als keeper? Was hij een goede kleermaker, was het een vrolijke kerel? Ging hij uit in het dorp, welke cafés bezocht hij? Was hij gelovig? En ook interessant, vooral ook in het licht van hoe hij aan zijn einde komt: kende hij Johannes van Hees van de Kruisstraat? Dat was praktisch bij hem om de hoek.

En Meerssen was klein in die tijd. Schepers moet zijn werk in het verzet met de dood bekopen. Hij loopt op 18 augustus 1944 in de val die de Sicherheitspolizei voor hem heeft opgezet in het Paviljoen, een café in Meerssen (waar willen we graag weten!).

Levensloop Henri Schepers

Hij werd verraden door Gonnie Zeguers-Boere, dame van plezier in het Maastrichtse en tevens smokkelaarster die met het verraad haar nering veilig meende te kunnen stellen. Ze genoot bescherming van een van haar liefjes, Richard Nitsch van de Sicherheitspolizei en ze wilde dat graag zo houden.

In het Limburgs Dagblad van 16 november 1948 staat een artikel met de volgende inhoud:

'Richard Nitsch rekenschap gevraagd over menige laffe moord – Dodelijke schoten in Paviljoen te Meerssen –.Inzake de moord in het Paviljoen te Meerssen worden als getuigen gehoord Peter Huls, chauffeur te Eygelshoven en de kastelein dhr. J.L.M. Franssen uit Meerssen. Mevr. Franssen, de derde getuige, kon niet aanwezig zijn. Op de bewuste dag zaten in genoemd café H.H. Schepers, getuige Huls en vrouw Zeguers-Boere, heimelijk in dienst van de S.D. Van deze laatste wordt een schriftelijke verklaring voorgelezen. De S.D. drong het café binnen, en vlak na het bevel 'handen omhoog' werd Schepers neergeschoten door Nitsch. Schepers bleek in het bezit van een revolver en zou niet tijdig de handen omhoog gestoken hebben. Over de kwestie, of Nitsch terstond nog eens heeft geschoten, ofwel na een zekere pauze Schepers een genadeschot gaf, spreekt Nitsch de getuige Franssen tegen. Merkwaardig is, dat Zeguers-Boere getuige Huls verzocht had iets anders te gaan zitten, zodat, na achteraf bleek, deze niet in de vuurlijn tussen de deur en Schepers zat'.

Tegen Gonnie Zeguers-Boere werd in 1947 de doodstraf gevorderd, maar na de oorlog werd ze veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf en T.B.R.

Henri Hubertus Schepers ligt begraven op het Nederlands Ereveld te Loenen (vak A, graf 563).