Officiele publicatie

Verordening op de heffing en invordering van rechten algemene begraafplaatsen in de gemeente Meerssen 2015

De raad van de gemeente Meerssen;

Gezien het voorstel van het college d.d. 11 november 2014 strekkende tot de vaststelling van een nieuwe verordening begrafenisrechten;

Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en invordering van rechten algemene begraafplaatsen in de gemeente Meerssen 2015.

Artikel 1 Voorwerp der belasting

Voor het gebruik van de algemene begraafplaatsen in de gemeente Meerssen, alsmede voor de diensten die in verband daarmee door de gemeente worden verleend, worden overeenkomstig de navolgende bepalingen rechten geheven.

Artikel 2 Belastingplicht

De rechten worden geheven van de aanvrager van de in deze verordening genoemde bevoegdheden en diensten, dan wel van degene die van deze bevoegdheden en diensten gebruik maakt.

Artikel 3 Algemene bepaling

Voor de toepassing van deze verordening wordt het stoffelijk overschot van een mens, na crematie, eveneens aangemerkt als een lijk en wordt de asbus, bestemd voor de bewaring van het stoffelijk overschot, beschouwd als een lijkkist, voor zover deze in een graf wordt bijgezet.

Artikel 4 Tarief voor het huren van graven

1.

Onverminderd de krachtens de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening te heffen rechten worden voor het uitsluitende recht om lijken in bepaalde graven te doen begraven de volgende rechten geheven:

a.

voor een dubbel graf voor de duur van:

tien jaren

€ 1.236,00

vijftien jaren

€ 1.855,00

twintig jaren

€ 2.472,00

vijfentwintig jaren

€ 3.091,00

dertig jaren

€ 3.709,00

b.

voor een enkel graf voor de duur van:

tien jaren

€ 614,00

vijftien jaren

€ 920,00

twintig jaren

€ 1.226,00

vijfentwintig jaren

€ 1.534,00

dertig jaren

€ 1.841,00

2.

Voor het gesloten houden van een graf wordt voor elke periode van vijf jaren na de in het vorige lid gestelde termijnen, de helft van de in lid 1 van dit artikel genoemde rechten voor tien jaren geheven met dien verstande dat deze verlengingstermijn maximaal twintig jaren kan bedragen.

Artikel 5 Tarief van de urnenmuren

Onverminderd de krachtens de artikelen 6 tot en met 9 van deze verordening te heffen rechten wordt voor het uitsluitende recht om maximaal twee asbussen bij te zetten in een der urnenmuren de volgende rechten geheven:

a.

voor het bijzetten van asbus(sen) in één nis voor de duur van:

tien jaren

€ 1.024,00

vijftien jaren

€ 1.534,00

twintig jaren

€ 2.045,00

vijfentwintig jaren

€ 2.558,00

dertig jaren

€ 3.068,00

b.

Voor het gesloten houden van een nis wordt voor elke periode van vijf jaren na de in letter a gestelde termijnen, de helft van de in letter a van dit artikel genoemde rechten voor tien jaren geheven met dien verstande dat deze verlengingstermijn maximaal twintig jaren kan bedragen.

Artikel 6 Tarief voor het begraven

1.

Voor het begraven c.q. bijzetten van een lijk wordt een recht geheven ten bedrage van € 415,00.

2.

Wanneer de begraving geschiedt op zaterdag bedraagt het recht € 691,00.

3.

Wanneer de begraving geschiedt op zondag bedraagt het recht € 831,00.

Als zondag worden tevens aangemerkt:

  • a.
    1e en 2e Paasdag;
  • b.
    de dag waarop de verjaardag van ZM de Koning wordt gevierd;
  • c.
    5 mei, bevrijdingsdag;
  • d.
    nieuwjaarsdag;
  • e.
    hemelvaartdag;
  • f.
    1e en 2e pinksterdag;
  • g.
    1e en 2e kerstdag.
4.

Voor het bijzetten van een lijk in een bestaande grafkelder wordt een recht geheven van € 543,00.

5.

Wanneer de bijzetting in een bestaande grafkelder geschiedt op zaterdag bedraagt het recht € 911,00.

6.

Wanneer de bijzetting in een bestaande grafkelder geschiedt op zondag bedraagt het recht € 1.529,00.

Als zondag worden tevens aangemerkt:

  • a.
    1e en 2e paasdag;
  • b.
    de dag waarop de verjaardag van ZM de Koning wordt gevierd;
  • c.
    5 mei, bevrijdingsdag;
  • d.
    nieuwjaarsdag;
  • e.
    hemelvaartdag;
  • f.
    1e en 2e pinksterdag;
  • g.
    1e en 2e kerstdag.
7.

Wanneer de begraving of bijzetting:

  • a.
    geschiedt op een door de burgemeester in het belang van de openbare orde gegeven last,
  • b.
    geschiedt op een door het college van burgemeester en wethouders in het belang van de volksgezondheid gegeven last:
  • c.
    op grond van wettelijke bepalingen op geen ander tijdstip dan het gevraagde kan plaats vinden;
  • d.
    noodzakelijk op het hiervoor genoemde tijdstip moet plaats hebben na beëindiging van een door de Officier van Justitie of de Rechter-commissaris gelast uitstel van begraving of verbranding van het stoffelijk overschot zijn de rechten vermeld in lid 1 en lid 4 van dit artikel van toepassing ongeacht het tijdstip waarop de begraving c.q. de bijzetting plaats vindt.
8.

Wanneer lijken worden bijgezet in oude, voor onbepaalde tijd uitgegeven graven, is daarvoor een tarief verschuldigd van € 1.952,00 per lijk.

9.

Voor het graven van een extra verdieping in een bestaand graf wordt een recht geheven van € 152,00.

Artikel 7 Tarief voor het bijzetten van een asbus in een der urnenmuren of bestaand graf.

1.

Voor het bijzetten van een asbus wordt een recht geheven ten bedrage van € 203,00

2.

Wanneer de bijzetting geschiedt op zaterdag tussen bedraagt het recht € 367,00

3.

Wanneer de bijzetting geschiedt op zondag bedraagt het recht € 404,00

Als zondag worden tevens aangemerkt:

  • a.
    1e en 2e paasdag;
  • b.
    de dag waarop de verjaardag van ZM de Koning wordt gevierd;
  • c.
    5 mei, bevrijdingsdag;
  • d.
    nieuwjaarsdag;
  • e.
    hemelvaartdag;
  • f.
    1e en 2e pinksterdag;
  • g.
    1e en 2e kerstdag.
4.

Wanneer de bijzetting;

  • a.
    geschiedt op een door de burgemeester in het belang van de openbare orde gegeven last;
  • b.
    geschiedt op een door het college van burgemeester en wethouders in het belang van de volksgezondheid gegeven last;
  • c.
    op grond van wettelijke bepalingen op geen ander tijdstip dan het gevraagde kan plaats vinden;
  • d.
    noodzakelijk op het hiervoor genoemde tijdstip moet plaats hebben na beëindiging van een door de Officier van Justitie of de Rechter-commissaris gelast uitstel van begraving of verbranding van het stoffelijk overschot is het recht vermeld in lid 1 van dit artikel van toepassing ongeacht het tijdstip waarop de begraving c.q. bijzetting plaats vindt.

Artikel 8 Tarief voor het opgraven en/of omleggen

1.

Tenzij dit geschiedt op rechterlijk gezag wordt voor het opgraven en/of omleggen van een overschot, dat in een lijkkist is begraven, een recht geheven van € 659,00.

2.

In het recht, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is het recht voor herbegraving of bijzetting in een andere grafruimte niet begrepen.

3.

Voor begraving of bijzetting in dezelfde grafruimte wordt geen nieuw recht geheven, indien dit gelijktijdig met het bijzetten van een nieuw lijk plaats vindt.

Artikel 9 Tarieven voor het plaatsen van gedenktekens etc.

1.

Voor een vergunning tot het plaatsen van voorwerpen als zerken, gedenktekens e.d. wordt voor elk graf een bedrag geheven van € 69,00.

2.

Voor een vergunning tot het graveren van één afdekplaatje ten behoeve van een nis in een der urnenmuren wordt een bedrag geheven van € 69,00.

Artikel 10 Wijze van heffing c.q. tijdstip van betaling

1.

De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving of nota waar op het verschuldigde bedrag wordt vermeld;

2.

De rechten worden verschuldigd en moeten worden betaald op het tijdstip waarop het gebruik van de begraafplaats aanvangt of de in deze verordening bedoelde dienst(en) word(t)(en) verleend.

Artikel 11 Vermindering van rechten

1.

de rechten in de voorgaande artikelen worden verminderd:

  • a.
    tot een vierde voor de lijken van kinderen beneden één jaar;
  • b.
    tot de helft voor de kinderen van één tot en met 12 jaar;
2.

Voor het begraven van stoffelijke overschotten van een doodgeboren of binnen 3 maanden na de geboorte overleden tweeling, drieling enzovoorts, mits dit in dezelfde kist geschiedt, wordt het recht slechts eenmaal geheven;

3.

Voor het begraven van stoffelijke overschotten van kinderen die levenloos zijn geboren en die in een kist met hun moeder worden begraven wordt geen recht geheven.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij de invordering van de begrafenisrechten wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990.

Artikel 13 Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de begrafenisrechten.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeerartikel

1.

De ‘Verordening rechten algemene begraafplaatsen Meerssen 2014’, vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemd datum van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor laatstbedoelde datum hebben voorgedaan;

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.

4.

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening rechten algemene begraafplaatsen Meerssen 2015’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Meerssen

van 11 december 2014.
DE RAAD VOORNOEMD,
De voorzitter,
De griffier,