Officiele publicatie

Verkeersbesluit inzake:

  • -
    het verplaatsen van de komgrenzen op wegvlak Pasweg/Brommelen, Westbroek en Oostbroek
  • -
    vastleggen van de verkeersregulering op genoemd wegvlak (o.m. voorrang, inhaalverbod, voetgangersoversteekplaats, snelheid, doodlopende weg)

Burgemeester en wethouders van de Gemeente Meerssen;

Gelet op artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), alsmede het delegatiebesluit van de gemeenteraad van 2 april 2015;

mede gelet op artikel 2 juncto artikel 18, eerste lid, onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), (o.m. artikel 12) het bepaalde in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), alsmede het delegatiebesluit van de gemeenteraad van 18 december 2000;

Overwegende,

dat de komgrenzen in het buurtschap “Brommelen” aanpassing behoeven vanwege de voorgenomen reconstructie van het wegvlak tussen de komingangen aan de Pasweg/Brommelen, Westbroek en Oostbroek, zodat in dit buurtschap de toegestane maximale snelheid in lijn komt te liggen van hetgeen aldaar vanuit verkeersveiligheidsoogpunt wenselijk wordt geacht;

dat op het genoemde wegvlak de verkeersregulering gewijzigd en of geformaliseerd dient te worden omwille van een betere verkeersveiligheid (verlagen snelheid, inhaalverbod, voetgangersoversteekplaats) enerzijds en anderzijds een verbetering van de verkeersregulering (fietsoversteek, voorrangsregeling, (brom-)fietspad);

dat genoemde wegen/weggedeelten in beheer zijn van de gemeente Meerssen;

dat verzocht is om de maximale snelheid op de Pasweg buiten de bebouwde kom te verlagen naar 50 km/uur;

dat dit deel van de Pasweg een gebiedsontsluitingsweg is met vrijliggend fietspad;

dat het wegprofiel en de inrichting daarvan voldoet aan de eisen van duurzaam veilig, weshalve het niet in lijn zou zijn met de landelijke richtlijnen om de toegestane maximale snelheid gelijk te maken aan die van binnen de bebouwde kom;

dat de verplaatsing van de komgrens Pasweg/Brommelen in combinatie met een duiding van de adviessnelheid 60 km/uur en een inhaalverbod nog meer zal bijdragen aan het in acht nemen van de toegestane maximale snelheid;

dat overigens uit de monitoringsgegeven van 2015 blijkt dat 85% van de automobilisten niet harder rijdt dan 76 km/uur;

dat niet voorkomen kan worden dat een gering aantal automobilisten de toegestane maximale snelheid (fors) overschrijdt;

dat de gemeente als wegbeheerder nog maatregelen voorbereid om de gemiddelde snelheid op de Pasweg binnen de bebouwde kom te verminderen, hetgeen ook een positief effect zal hebben op de gemiddelde snelheid op de Pasweg buiten de bebouwde kom;

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW overleg heeft plaatsgevonden met de politie Limburg Zuid;

dat de politie heeft kenbaar gemaakt dat het verkeersbesluit handhaafbaar is;

dat het ontwerp van het besluit ter visie heeft gelegen vanaf 26 januari 2017 t/m 8 maart 2017;

dat zienswijzen zijn ingediend door:

  • 1.
    Koninklijke Metaalunie, namens M.H.M. Neven, Pasweg 33, 6241 CT Bunde en
  • 1.
    Directie van Agrarische Handelsmaatschappij Neven BV, Pasweg 33, 6241 CT Bunde;

dat de gelijkluidende pro forma zienswijzen zijn ingekomen binnen de termijn van ter visie legging (reg. nr. 294228 respectievelijk 294313);

dat aan beiden een termijn van veertien dagen is gegund om de pro forma aan te vullen met de nadere gronden;

dat op 22 en 23 maart 2017 de nagenoeg gelijkluidende nadere gronden zijn ontvangen (reg. nr. 296161 respectievelijk 296316);

dat de nadere gronden geacht te zijn hier te zijn ingevoegd en herhaald;

dat samengevat de nadere gronden zich richten op:

  • a.
    het ten onrechte volgen van de uniforme voorbereidingsprocedure, het deels ontbreken van de wettelijke grondslag en onvoldoende afweging van belangen;
  • b.
    als gevolg van het aanpassen van de verkeerstructuur in Brommelen kunnen vrachtwagens welke naar het bedrijf komen niet meer ter hoogte van Brommelen het doodlopend te maken zijweggetje inrijden om vanaf Brommelen weer het naar het bedrijf te kunnen rijden om aldaar, staande in zuidelijke richting te laden en te lossen;
  • c.
    vrachtverkeer zonder de bestemming van zienswijze-indieners dat abusievelijk op de Pasweg is terecht gekomen kan als gevolg van het doodlopend maken van het zijweggetje nergens draaien;
  • d.
    het starten met de reconstructiewerkzaamheden voordat de termijn van indienen zienswijzen voorbij is.

(ad a)

dat ons college in 2012 heeft besloten tot het volgen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor verkeersbesluiten en dit sedertdien ook consequent heeft gedaan;

dat de Awb de mogelijkheid tot het volgen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure biedt, weshalve deze zienswijze ongegrond wordt geacht;

dat in de aanhef van de overwegingen van het verkeersbesluit het ontbreken van de verwijzing naar het wettelijk regime is gecorrigeerd;

dat de afwegingen van hetgeen via het ontwerp-verkeersbesluit als voornemen is kenbaar gemaakt, zich richten op de belangen die de Wegenverkeerswet c.a. noemt;

dat ons college niet op de hoogte was en kon zijn van de via de zienswijze ingebrachte belangen;

dat namelijk beide zienswijze-indieners geen gebruik hebben gemaakt van de geboden mogelijkheid om te participeren aan de inloopbijeenkomst gehouden op 31 maart 2016 voor het verkrijgen van suggesties etc. over het voorlopig ontwerp van de reconstructie van het traject Pasweg/Brommelen/Oostbroek van aanwonenden;

dat de beide zienswijze indieners, net zoals alle andere aanwonenden aan het genoemd traject, via de verspreide bewonersbrief op de hoogte zijn gesteld van de inloopbijeenkomst;

dat de door de zienswijze-indieners geuite grief dat onvoldoende belangenafweging heeft plaatsgevonden in het ontwerp-verkeersbesluit aan zienswijze-indieners zelve te wijten is;

dat ons college daarentegen wel van diverse bewoners van Brommelen de mogelijkheid van het doodlopend maken van het zijweggetje dat vóór de percelen Brommelen 56-58 loopt, hebben vernomen tijdens vermelde inloopbijeenkomst;

dat de functie van het betreffende zijweggetje als extra aansluiting tussen het erftoegangswegdeel van Brommelen en de gebiedsontsluitingsweg Brommelen, als overbodig wordt beschouwd;

dat bedoelde extra aansluiting bovendien leidt tot een extra kruising van het fietspad en het opheffen van deze overbodige extra kruising de verkeersveiligheid ten goede komt;

(ad b)

dat de opvatting van de zienswijze-indieners dat ons college een onjuiste ten nadele van de bedrijfsvoering van de beide zienswijze-indieners belangenafweging doet door te kiezen voor het doodlopend maken van het zijweggetje, ongegrond wordt geacht, omdat bedrijfsvoerders zelf verantwoordelijk zijn voor de wijze van bedrijfsvoering en de laad- en losactiviteiten bij het perceel Pasweg 33;

dat ons college, daarbij ook gesteund, blijkens passages in de zienswijzen, door de zienswijze-indieners, van mening is dat vrachtverkeer, niet het doel hebbende bedrijfsbestemmingen gelegen in de bebouwde kom aan erftoegangswegen, zoveel mogelijk geweerd moeten worden uit de woonstraten omwille van de verkeersveiligheid en het woon- en leefklimaat;

dat het gebruik van het meergenoemd zijweggetje door vrachtverkeer dat laad- en losactiviteiten bij het perceel Pasweg 33 of het aldaar gelegen landerij verricht, als oneigenlijk en het woon- en leefklimaat verslechterend gebruik wordt beschouwd en impliciet inhoudt het afwentelen van infrastructurele behoeften van de beide bedrijfsvoerders op de wegbeheerder;

dat het de dezerzijds bekritiseerbare keuze van bedrijfsvoerders zelve is om voor diverse laad- en losactiviteiten gebruik te (laten) maken van de openbare weg zolang dit niet via regelgeving wordt verboden;

dat de situatie op de openbare weg vóór het perceel Pasweg 33 fysiek zodanig voldoende ruim van opzet is dat vrachtwagens en trailers vanaf de Pasweg achteruit het erf kunnen insteken/bereiken;

dat de zienswijze-indieners van opvatting zijn dat het vanaf de Pasweg achteruit insteken/bereiken van het erf tot “zeer verkeersgevaarlijke situaties” op de Pasweg leiden, kan, zonder een oordeel te geven over de mate van “zeer verkeersgevaarlijke situaties”, redelijkerwijze niet afgewenteld worden op ons college (wegbeheerder) doch is een verantwoordelijkheid van de vrachtwagenchauffeur en de betreffende bedrijfsvoerder;

dat de bij de betreffende bedrijfsvoerder berustende verantwoordelijk voor verkeersveilige laad- en losactiviteiten met zich meebrengt dat de bedrijfsvoerder passende maatregelen dient te nemen om hinder, schade en letsel voor overige verkeersdeelnemers te voorkomen;

dat de door zienswijze-indieners beschreven laad- en losactiviteiten op de openbare weg, ook nu al gepaard gaan met doorkruisingen van het vrijliggend fietspad dit gesitueerd is tussen het perceel Pasweg 33 en de “vluchthaven/berm en derhalve bijdraagt aan de verhoging van conflictsituaties tussen de laad- en losactiviteiten en verkeer dat gebruik moet maken van het fietspad;

dat het oplossen van bestaande en toekomstige conflictsituaties, als hiervoor beschreven, door ons college in alle redelijkheid tot een verantwoordelijkheid van de beide bedrijfsvoerders wordt beschouwd;

dat ons college als wegbeheerder de bereidheid heeft kenbaar gemaakt om medewerking te verlenen aan een verbreding van de bestaande inritconstructie bij zijn erf, zo de noodzaak daartoe wordt aangetoond door de zienswijze-indieners (bedrijfsvoerders);

dat deze bereidheid ook geldt voor een verbetering van de eveneens bestaande inritconstructie aan de noordzijde van het perceel Pasweg 33, zodat vrachtverkeer dat de bestemming Pasweg 33 heeft, het erf kan oprijden en via een door bedrijfsvoerders aan te leggen nieuwe ontsluiting het perceel Pasweg 33 weer kan verlaten;

dat het gestelde in de zienswijze van Neven BV (2) specifiek met betrekking tot het laden van suikerbieten “dat dit altijd aan een gebiedsontsluitingsweg ligt”, niet correct is, gelet op het gegeven dat dit ook op erftoegangswegen geschiedt, welke zich naar onze inzichten merendeels ook beter lenen voor dit soort incidentele laadactiviteiten via een tijdelijke afsluiting in combinatie met een tijdelijke omleiding in vergelijking tot laad- en losactiviteiten op een gebiedsontsluitingsweg;

dat de gesuggereerde mogelijkheid van een nieuwe ontsluiting aan de noordzijde van het erf, ook soelaas kan bieden voor de laadactiviteiten van suikerbieten;

dat wat betreft het laden van suikerbieten ook de (onder voorwaarden) mogelijkheid aanwezig is om dit vanaf de Bonaertsweg te doen, welke erftoegangsweg zal worden voorzien van een extra bermbeveiliging;

dat gelet op het incidenteel plaatsvinden van het laden van suikerbieten en de alternatieve mogelijkheden zoals hiervoor geschetst, dit belang ondergeschikt is aan het belang dat nagestreefd wordt met het onderhavige verkeersbesluit;

(ad c)

dat de zienswijze betreffende de gevolgen voor andere weggebruikers van het onderhavige verkeersbesluit, wat hiervan ook zij, geen belang is dat de zienswijze-indieners regardeert en derhalve ongegrond wordt geacht;

dat los van deze zienswijze ons college een verbetering van de bebording naar de diverse bedrijfsterreinen in voorbereiding heeft, alsmede via informatie-uitwisseling met de navigatie-leveranciers pogingen doet om foutieve keuzes van vrachtwagenchauffeurs zo veel mogelijk te voorkomen;

dat ons college overigens van mening is dat zij niet verantwoordelijk is, noch genoodzaakt is voorzieningen te moeten creëren, voor gevallen waarbij vrachtwagenchauffeurs een verkeerde keuze maken qua rijroute en gedwongen worden om rechtsomkeer te maken;

(ad d)

dat het starten met de noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden (o.a. asfalt verwijderen) los gezien moet worden van de verkeersmaatregelen zoals opgenomen in het verkeersbesluit;

dat in het bekend gemaakt ontwerp-verkeersbesluit en in het te nemen verkeersbesluit diverse maatregelen zijn opgenomen die reeds overeenkomen met de bestaande verkeerssituatie dan wel geen aanleiding zijn geweest voor zienswijzen;

dat de verkeersmaatregel met betrekking tot het zijweggetje (enkel hierop richten de beide zienswijzen zich) zal wachten op het van kracht worden van het onderhavig verkeersbesluit;

dat van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen, het volgende belang ten grondslag aan dit besluit: het verzekeren van de veiligheid op de weg alsmede het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

BESLUITEN:

  • I.
    de beide in de overwegingen aangehaalde zienswijzen ontvankelijk edoch ongegrond te verklaren;
    • 1.
      de komgrens gesitueerd op de Pasweg/Brommelen te verplaatsen in noordelijke richting;
    • 2.
      de komgrens” gesitueerd op Oostbroek te verplaatsen in westelijke richting;
    • 3.
      een komgrens in te stellen aan de oostzijde van de kruising Westbroek/Oostbroek;
    • 4.
      een inhaalverbod (behoudens landbouwverkeer) in te stellen op de Pasweg, Brommelen, Oostbroek d.m.v. een ononderbroken as-markering en bord F01 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 met onderbord OB55;
    • 5.
      een voetgangersoversteekplaats (VOP) ter hoogte van Brommelen 60 in te stellen, en tweezijdig te voorzien van bord L02 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
    • 6.
      de op genoemd wegvak aanwezige (brom-)fietspaden te voorzien van bord G12a van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, waarbij op het (brom-)fietspad aan de westzijde van de kruising Westbroek/Oostbroek het bord G12a voorzien is van onderbord OB505;
    • 7.
      op het genoemd wegvlak de voorrangssituatie te regelen door plaatsing van bord B06 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 bij aansluitingen van erftoegangswegen op de gebiedsontsluitingsweg Pasweg-Oostbroek;
    • 8.
      ter hoogte van Brommelen 58 het eenzijdig af te sluiten zijweggetje te voorzien van bord L08 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
    • 9.
      op diverse plaatsen het signaleringsbord J24 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 aan te brengen;
    • 10.
      een voetgangersoversteekplaats (VOP) ter hoogte van Pasweg 29 in te stellen, en tweezijdig te voorzien van bord L02 van Bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
    • 11.
      een adviessnelheid bij de komuitgangen te duiden d.m.v. bord A0460 op de Pasweg en de Oostbroek buiten de bebouwde kom rijdende in de richting komgrens Brommelen;

e.e.a. zoals weergegeven op de bij dit besluit behorende uitvoeringstekeningen met positie en soort verkeersborden en met de verkeerstekens (belijning);

Meerssen, april 2017.

Krachtens mandaat,

het college van Burgemeester en Wethouders van Meerssen,

de secretaris, de burgemeester,

mr J.J.M. Eurlings M.A.H. Clermonts-Aretz

Bijlage:

  • I.
    Uitvoeringstekening komgrenzen buurtschap Brommelen
  • II.
    Uitvoeringstekening bebording en belijning