Officiele publicatie

Verkeersbesluit Hof van Oranje (voetpad)

501637

Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Meerssen;

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Gezien het verzoek van de VVE Hof van Oranje om maatregelen te treffen teneinde gevaarlijke confrontaties tussen fietsverkeer en voetgangers te voorkomen op het pad tussen de Markt en Beekstraat van Hof van Oranje;

Overwegende

dat dat de inrichting van Hof van Oranje zodanig is dat er geen onderscheid is tussen de gebruiksfunctie van langzaam verkeer en voetgangers;

dat het pad vanaf de Markt zonder een onderscheidend trottoir verbonden is met de Markt en ook zonder een onderscheidend trottoir verbonden is met de Beekstraat;

dat door ontbrekende bebording het pad tevens wordt gebruikt door (brom)fietsers, waardoor er zich voor voetgangers - in het bijzonder voor ouderen en schoolgaande

kinderen - gevaarlijke situatie voor doen speciaal daar waar het pad versmald is en een hoek van 90 graden maakt;

dat het combineren van de gebruiksfunctie van dit deel van het pad voor zowel voetgangers als voor (brom-)fietsers niet veilig geacht wordt;

dat door de aanwijzing van dit pad als voetpad, het alleen toegestaan is om lopend met de (brom-)fiets aan de hand gebruik te maken van dit deel van het pad, hetgeen ten goede zal komen aan de veiligheid van de andere verkeersdeelnemers;

dat het ondanks de aanwijzing als voetpad het mogelijk moet zijn om laad- en losactiviteiten te doen met gebruik making van de afklappalen die de toegang vanaf de Beekstraat naar Hof van Oranje;

dat daartoe aan bord G07 een onderbord kan worden toegevoegd “motorvoertuigen t.b.v. laden/lossen toegestaan”.

dat van de aan de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen, het verzekeren van de veiligheid op de weg alsmede het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade ten grondslag ligt aan dit besluit;

gelet op artikel 2 juncto artikel 18, eerste lid, onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), (o.m. artikel 12) het bepaalde in het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW);

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW over het ontwerp-verkeersbesluit overleg plaatsvindt met de politie district Maastricht, Basiseenheden Heuvelland;

dat de politie geen advies heeft uitgebracht naar aanleiding van het verstrekte ontwerp verkeersbesluit;

dat het ontwerp van het besluit ter visie heeft gelegen vanaf 5 juli 2018 t/m 8 augustus 2018;

dat gedurende voornoemde termijn geen zienswijzen zijn ingekomen;

dat er overigens geen reden is om het ontwerp-verkeersbesluit inhoudelijk te wijzigen;

BESLUIT

Het pad Hof van Oranje tussen Markt en Beekstraat aan te wijzen als voetpad en hieraan uitvoering te geven door plaatsing van bord G7 bijlage 1 RVV 1990, op de aansluitingen van dit voetpad op de Markt en bij de overgang van de Beekstraat naar Hof van Oranje, met aldaar het onderbord met onderbord “motorvoertuigen ten behoeve van laden/lossen toegestaan” , zoals is aangegeven op de bij dit besluit behorende situatie tekening.

Meerssen, 20 augustus 2018.

Namens Burgemeester en wethouders van Meerssen

EHG Moonen

Beleidsadviseur Ruimte

Bezwaar- of beroepsclausule

Rechtsbescherming

Tegen het besluit kan gedurende een termijn van zes weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, door belanghebbenden beroep als bedoeld in artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingesteld bij de Rechtbank Limburg, Bestuursrecht, postbus 1988, 6201 BZ Maastricht.

Het beroepschrift dient naast een dagtekening de naam, het adres en een ondertekening van de indiener te bevatten. Tevens dient in het beroepschrift een omschrijving van het besluit waartegen het beroep zich richt én een motivering te zijn opgenomen. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het bestreden besluit overgelegd.

Van de indiener van het beroepschrift wordt ingevolge artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht een griffierecht geheven. De indiener wordt door de Rechtbank gewezen op de verschuldigdheid van het recht. Bepaalde on- of minvermogende personen kunnen worden vrijgesteld, respectievelijk vermindering krijgen.

Naast het instellen van beroep kan binnen de bovengenoemde termijn door een partij in de hoofdzaak aan de Voorzieningenrechter van de Rechtbank een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht worden gevraagd. Voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening wordt, naast het evenbedoelde recht op grond van artikel 8:82 van de Algemene wet bestuursrecht een apart griffierecht geheven.

Er kan ook digitaal een beroepschrift en/of een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet de indiener wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.