Terug
Snelzoeken

Officiele publicatie

Regeling beeldschermbrillen RUD Zuid-Limburg

Het Dagelijks Bestuur van de RUD Zuid-Limburg;

Gelet op de verkregen instemming van de ondernemingsraad d.d. 11 juni 2015;

Besluit vast te stellen de

Regeling beeldschermbrillen RUD Zuid-Limburg

Artikel 1

Procedure en voorwaarden

  • 1.
    Indien een beeldschermgebruiker, die (in de regel) ouder is dan 36 jaar, oogklachten heeft tijdens zijn werkzaamheden, kan betrokkene contact opnemen met de preventiemedewerker.
  • 2.
    De preventiemedewerker draagt zorg voor een werkplekonderzoek teneinde uit te sluiten dat de klachten veroorzaakt worden door een onjuiste inrichting van de werkplek.
  • 3.
    Indien de werkplek correct is ingericht, respectievelijk indien de klachten na herinrichting van de werkplek blijven bestaan, wordt de beeldschermgebruiker voor een nader onderzoek verwezen naar een door de werkgever aangewezen onderzoeker. De onderzoeker brengt na een onderzoek een advies uit aan de werkgever waarin hij aangeeft of al dan niet moet worden overgegaan tot de aankoop van een beeldschermbril.
  • 4.
    Indien wordt geadviseerd over te gaan tot de aankoop van een beeldschermbril ontvangt de beeldschermgebruiker een bevestigingsbrief van de preventiemedewerker en kan zich met deze brief wenden tot de door de werkgever aangewezen opticien.

Artikel 2

Vergoeding

  • 1.
    Indien wordt overgegaan tot de aanschaf van een geïndiceerde beeldschermbril bij de door de werkgever aangewezen opticien, worden de kosten van de beeldschermbril door de werkgever betaald tot de hierna vermelde maxima.
  • 2.
    Er wordt een maximale vergoeding verstrekt van € 223,20 voor een beeldschermbril (montuur en glazen). Indien alleen voor beeldschermbrilglazen (zonder montuur) wordt gekozen bedraagt de vergoeding maximaal € 183,-. De vergoeding is nooit hoger dan de daadwerkelijke kosten van de beeldschermbril.
  • 3.
    De rekening van de beeldschermbril wordt op naam van de werkgever gesteld (voor zover de kosten binnen de genoemde maxima blijven) en wordt door de opticien die de werkgever heeft aangewezen rechtstreeks aan de werkgever gezonden. Indien de kosten hoger zijn dan de genoemde maxima, komt het meerdere voor rekening van de medewerker.

Artikel 3

Bezwaar

  • 1.
    Ingeval een beeldschermgebruiker het niet eens is met het advies van de onderzoeker kan hij zich wenden tot de directeur.
  • 2.
    De directeur besluit in die gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet.

Deze regeling kan worden aangehaald als de “Regeling beeldschermbrillen RUD Zuid-Limburg” en treedt in werking op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen tijdstip.

Vastgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van de RUD Zuid-Limburg d.d. 8 juli 2015.

De voorzitter, De secretaris,

Artikelsgewijze toelichting

Algemeen

Volgens de Arbo Wetgeving hebben beeldschermwerkers het recht om hun ogen en gezichtsvermogen te laten onderzoeken. Hierbij moet de kanttekening worden gemaakt dat dit alleen medewerkers betreft die langer dan 2 uur per dag beeldschermwerk verrichten. Met het stijgen van de leeftijd vermindert het functioneren van de ooglens, zodat het steeds moeilijker wordt om korte afstand details scherp te zien. Na verloop van tijd komt er een moment waarop een leesbril noodzakelijk is om te kunnen lezen. Dit probleem ontstaat in de regel zo rond het 40e levensjaar. Enige tijd na het in gebruik nemen van de eerste leesbril ontstaat veelal behoefte aan een aparte brilsterkte voor het werken met een beeldscherm: een beeldschermbril. Dit komt doordat de reguliere leesafstand afwijkt van de leesafstand achter een beeldscherm. Het beeldscherm staat normaliter op 75 centimeter afstand, terwijl een leesbril slechts geschikt is voor een leesafstand van 30 tot 35 centimeter.

Bij een beeldschermbril zijn de glazen zodanig geslepen dat:

  • op een normale leesafstand teksten goed gelezen kunnen worden,
  • teksten en figuren op het beeldscherm goed gelezen kunnen worden.

Artikel 1

In dit artikel wordt de procedure omschreven om te beoordelen of een medewerker in aanmerking komt voor de verstrekking van een beeldschermbril.

Het beeldschermbrilonderzoek wordt gedaan door een door de werkgever aangewezen onderzoeker. Het onderzoek duurt ongeveer een half uur. Er vindt een objectieve beoordeling plaats aan de hand van testen of de medewerker een beeldschermbril nodig heeft. De uitkomst van het onderzoek kan zijn dat een medewerker geen beeldschermbril nodig heeft, maar volstaan kan worden met een aanpassing van de normale bril. Deze kosten komen niet voor rekening van de RUD Zuid-Limburg.

De medewerker dient er rekening mee te houden dat hij na het onderzoek tijdelijk minder zicht kan hebben.

Artikel 2

Een beeldschermbril is een bril specifiek geschikt voor beeldschermwerk. De bril wordt aangeschaft bij de door de werkgever aangewezen opticien. In principe komt de medewerker in aanmerking voor een monofocale beeldschermbril.

Voor een medewerker die reeds beschikt over een bril met een vertecorrectie kan het vervelend zijn om steeds van bril te wisselen. Daarom heeft deze medewerker de mogelijkheid om voor een multifocale bril met beeldschermgedeelte te kiezen. De bijdrage van de werkgever is in beide gevallen gelijk.

Over het algemeen zijn multifocale brillen met beeldschermgedeelte slechts beperkt bruikbaar voor intensief beeldschermgebruik. Dit gezien het feit dat slechts een beperkt deel van het glas bruikbaar is voor het kijken op een beeldscherm. Hierdoor wordt tijdens het werk een vaste stand opgedrongen van het hoofd, hetgeen ergonomisch niet aan te bevelen is. In geval de medewerker lang achter het beeldscherm zit zal een monofocale beeldschermbril toch de voorkeur hebben.

Degene die het beeldschermbril onderzoek uitvoert kan de medewerker adviseren over de bril die het meest geschikt is.

Het verslechteren van de ogen kan er aanleiding toe zijn dat de medewerker na verloop van tijd voor een nieuwe beeldschermbril in aanmerking komt. In principe geldt dit alleen voor de glazen en niet voor het montuur.