Officiele publicatie

Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling Milieuparken Geul & Maas 2016-2018

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING 2016-2018 MAASTRICHT, MEERSSEN EN VALKENBURG AAN DE GEUL INZAKE DE SAMENWERKING OP 4 MILIEUPARKEN, TE WETEN MILIEUPARK BEATRIXHAVEN, RANDWIJCK EN NOORDERBRUG (NOORDERBRUG MEDIO 2016 TE VERVANGEN DOOR RONDEEL) TE MAASTRICHT EN DE VALKENBERG TE VALKENBURG AAN DE GEUL

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn:

Overwegende

  • Dat genoemde gemeenten wensen samen te werken met betrekking tot het accepteren, opslaan, overslaan en laten verwerken van huishoudelijk afval.
  • Dat genoemde gemeenten hiertoe gezamenlijk een viertal milieuparken wensen te exploiteren, beheren en verder te ontwikkelen.
  • Dat genoemde milieuparken zich bevinden op het grondgebied van de gemeenten Maastricht en Valkenburg aan de Geul.
  • Dat de genoemde gemeenten in een lichte gemeenschappelijke regeling hun samenwerking nader vorm wensen te geven.
  • Dat de gemeenten krachtens de Wet Milieubeheer de zorgplicht hebben dat er ten minste op één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente of binnen de gemeente waarmee wordt samengewerkt in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijk afval achter te laten.
  • Dat de gemeenten Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul hieraan invulling geven aangezien op het grondgebied van de gemeenten Maastricht en Valkenburg aan de Geul zich milieuparken bevinden die door de inwoners van Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul mogen worden gebruikt.
  • Dat bij de uitvoering van de gezamenlijke exploitatie gestreefd wordt naar een regionale uniformering met betrekking tot de milieuparken, met name op het gebied van het acceptatie- en tarievenbeleid.
  • Dat het beheer en de exploitatie van de milieuparken wordt gevoerd door Sector Stadsbeheer van de gemeente Maastricht, verder te noemen “Stadsbeheer”.

Gelet op de Wet Milieubeheer en de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten

een gemeenschappelijke regeling te treffen onder de navolgende bepalingen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze Gemeenschappelijke Regeling Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul inzake de samenwerking op 4 milieuparken, te weten Milieupark Beatrixhaven, Randwijck en Noorderbrug (Noorderbrug medio 2016 te vervangen door Rondeel) te Maastricht en de Valkenberg te Valkenburg aan de Geul wordt verstaan onder:

  • Gemeenschappelijke Regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul inzake de samenwerking op 4 milieuparken, te weten Milieupark Beatrixhaven, Randwijck en Noorderbrug (Noorderbrug medio 2016 te vervangen door Rondeel) te Maastricht en de Valkenberg te Valkenburg aan de Geul
  • De gemeenten: de aan deze Gemeenschappelijke Regeling deelnemende gemeenten Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul
  • Het gemeenschappelijk orgaan: het gemeenschappelijk orgaan zoals genoemd in artikel 2 van deze Gemeenschappelijke Regeling
  • Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg
  • Huishoudelijke Afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het het afgeven van ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft
  • Bestuur: het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan zoals aangegeven in artikel 2 van deze Gemeenschappelijke Regeling
  • Milieupark: brengvoorziening voor het (tijdelijk) opslaan en overslaan van gescheiden huishoudelijke afvalstoffen van particuliere huishoudens
  • Stadsbeheer: de inzameldienst voor huishoudelijk afval van de gemeente Maastricht
  • Commissie van Advies: het adviesorgaan van het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan zoals aangegeven in artikel 2 van deze Gemeenschappelijke Regeling

Artikel 2 Gemeenschappelijk orgaan

2.1

Voor de uitvoering van deze Gemeenschappelijke Regeling wordt een gemeenschappelijk orgaan ingesteld onder de naam Milieuparken Geul en Maas. Het gemeenschappelijk orgaan is gevestigd op het adres van de gemeente, waarbij de onder 2.11 bedoelde voorzitter werkzaam is.

2.2

Het gemeenschappelijk orgaan wordt bestuurd door het Bestuur Milieuparken Geul en Maas.

2.3

Het Bestuur bestaat uit 1 lid van elke deelnemende gemeente, dat evenals diens plaatsvervanger, per deelnemende gemeente door het college van B&W uit zijn midden wordt aangewezen.

2.4

De aangewezen leden van het Bestuur zijn gezamenlijk en ieder voor zich bevoegd het Bestuur te vertegenwoordigen.

2.5

Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijn van het college van B&W uit wiens midden men is aangewezen.

2.6

De leden van het Bestuur kiezen uit hun midden de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter.

2.7

Voorzitter, lid en plaatsvervangend lid kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij delen het voornemen hiertoe mede aan het college van B&W, dat hen heeft aangewezen, alsmede aan de (plaatsvervangend) voorzitter van het Bestuur.

2.8

Het bestuurslid dat ontslag heeft genomen blijft die functie vervullen totdat diens opvolger is aangewezen.

2.9

Het Bestuur benoemt een Commissie van Advies die in de Gemeenschappelijke Regeling een ondersteunende en adviserende rol zal vervullen.

2.10

Voor de Commissie van Advies benoemt ieder lid van het Bestuur in de desbetreffende gemeente een vertegenwoordiger die in deze Commissie zal plaatsnemen.

2.11

Het Bestuur benoemt één van de leden van de Commissie van Advies als voorzitter. Deze voorzitter functioneert tevens als secretaris van het Bestuur.

Artikel 3 Missie, doelstelling en doelen

3.1

De Gemeenschappelijke Regeling wordt getroffen in het belang van een zo doelmatig mogelijke uitvoering van de samenwerking tussen de gemeenten op het gebied van het accepteren, opslaan, overslaan en laten verwerken van huishoudelijke afvalstoffen, welke door inwoners van de deelnemende gemeenten worden achtergelaten op de daartoe door de gemeenten gezamenlijk te beheren, exploiteren en verder te ontwikkelen milieuparken, met als algemene doelstelling dit zodanig in te vullen dat sprake is van een optimale en uniforme dienstverlening en een optimaal milieurendement tegen minimale kosten.

3.2

De in artikel 3.1 genoemde algemene doelstelling is ten aanzien van dienstverlening, milieurendement en kosten uitgewerkt in concrete doelen.

3.3

De doelen voor dienstverlening zijn:

• uniforme en duidelijke acceptatievoorwaarden;

• kostengeoriënteerde prijsstelling;

• adequate klantbehandeling.

3.4

De doelen voor milieurendement zijn:

• bevorderen van het scheiden en hergebruiken van afvalstoffen;

• (toe)zicht op milieuverantwoorde verwerking van afval(deel)stromen.

3.5

De doelen voor kosten zijn:

• minimale kosten bij optimale dienstverlening en optimaal milieurendement;

• het hanteren van het principe van “de vervuiler betaalt”;

• transparante financiële verantwoording.

Artikel 4 Uitvoering

4.1

Ter verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde missie en algemene doelstelling laten de gemeenten voor gezamenlijke rekening en verantwoordelijkheid de volgende werkzaamheden verrichten:

• Het door Stadsbeheer laten beheren, exploiteren en ontwikkelen van de milieuparken.

• Het doen van investeringen in de milieuparken.

• Het voeren van overleg over een optimale exploitatie van de milieuparken en een effectief gezamenlijk beleid terzake van acceptatie, opslaan, overslaan en laten verwerken van huishoudelijk afval.

• Alle overige taken welke ter verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde missie noodzakelijk zijn.

4.2

De milieuparken zijn gelegen aan de Fregatweg, Watermolen, Frontensingel (Frontensingel medio 2016 naar Rondeel) te Maastricht en de Valkenberg te Valkenburg aan de Geul en zijn bedoeld voor het afgeven van huishoudelijk afval. Vanaf de milieuparken, die worden beschouwd als een tussenstation, zal bulktransport plaatsvinden naar de desbetreffende verwerkers.

4.3

De beheer- en exploitatiewerkzaamheden op de milieuparken zullen worden uitgevoerd door Stadsbeheer, volgens de artikelen zoals deze in deze Gemeenschappelijke Regeling hierop van toepassing zijn.

Artikel 5 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het Bestuur

Ter verwezenlijking van de missie, waarvoor de Gemeenschappelijke Regeling wordt getroffen, is het Bestuur verantwoordelijk voor:

  • 5.1
    Missie en doelen voor de Gemeenschappelijke Regeling.
  • 5.2
    De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de Gemeenschappelijke Regeling.
  • 5.3
    Het beleid inzake de exploitatie, het beheer en de verdere ontwikkeling van de milieuparken.
  • 5.4
    De exploitatie, het beheer en de verdere ontwikkeling van de milieuparken.
  • 5.5
    De op de milieuparken geldende tarieven op grond van de Tarieventabel, waarbij als uitgangspunt een gelijke tariefstelling geldt.
  • 5.6
    De acceptatievoorwaarden voor het toestaan van afvalstoffen op de milieuparken.
  • 5.7
    De artikelen waaronder Stadsbeheer het beheer en de exploitatie uitvoert, waarin scheiding van taken en verantwoordelijkheden tussen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling en Stadsbeheer op een zodanige wijze is vastgelegd, dat de taken en verantwoordelijkheden binnen de voorgeschreven kaders zoveel mogelijk bij Stadsbeheer liggen.
  • 5.8
    Het beoordelen en vaststellen van:
    • de door Stadsbeheer opgestelde halfjaarlijkse managementrapportages
    • de door Stadsbeheer opgestelde exploitatiebegrotingen en eindafrekeningen
    • de door de Commissie van Advies opgevoerde c.q. verantwoorde kosten.
  • 5.9
    Het verzorgen van de interne communicatie richting de gemeenten over de milieuparken.
  • 5.10
    Het houden van tenminste vier bestuursvergaderingen per jaar, op basis van de managementrapportages van Stadsbeheer, en voorts zo vaak als de leden dat nodig oordelen.
  • 5.11
    Het desgewenst en bij afzonderlijk besluit overdragen van taken en bevoegdheden aan de Commissie van Advies.

Artikel 6 Taken en bevoegdheden van de Commissie van Advies

Ter verwezenlijking van de missie, waarvoor de Gemeenschappelijke Regeling wordt getroffen, is de Commissie van Advies belast met:

  • 6.1
    Het gevraagd en ongevraagd uitbrengen van advies aan het Bestuur over mogelijkheden tot verbetering van de prestaties van de Gemeenschappelijke Regeling.
  • 6.2
    Zorgdragen voor verslaglegging en archivering van overleg en afspraken binnen en met het gemeenschappelijke orgaan.
  • 6.3
    Het ten behoeve van de exploitatiebegroting en eindafrekening van Stadsbeheer opvoeren c.q. verantwoorden van kosten, die de Commissie van Advies maakt c.q. heeft gemaakt.
  • 6.4
    Het monitoren van de mate waarin Stadsbeheer de in artikel 3 gestelde doelen ten aanzien van dienstverlening, milieurendement en kosten realiseert.
  • 6.5
    Het initiëren van activiteiten die zijn gericht op het verbeteren van de prestaties van de gemeenschappelijke regeling.
  • 6.6
    Het jaarlijks opstellen van een advies over:
    • de jaarlijkse bijdrage per inwoner;
    • de tarieven die op de milieuparken aan de poort moeten worden gehanteerd.
  • 6.7
    Het adviseren van het Bestuur in het vaststellen van de jaarlijkse door Stadsbeheer opgestelde exploitatiebegroting en eindafrekening voor de milieuparken.
  • 6.8
    Het namens het Bestuur voeren van overleg met Stadsbeheer, met betrekking tot het beheer, de exploitatie, het aangaan van contracten en de verdere ontwikkeling van de milieuparken.
  • 6.9
    De voorzitter van de Commissie van Advies wordt belast met de coördinatie van de ambtelijke voorbereiding van de vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan, hij of zij draagt zorg voor het bewaken van de voortgang van (bestuurlijke) besluitvorming en informeert het Bestuur over de uitvoering van de besluiten.
  • 6.10
    De voorzitter van de commissie van Advies houdt het archief van de Gemeenschappelijke Regeling bij.
  • 6.11
    De voorzitter van de Commissie van Advies stelt een reglement op voor de vergaderingen van het Bestuur en de Commissie van Advies, vast te stellen door het Bestuur.

Artikel 7 Inlichtingen en verantwoording

7.1

Het Bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. Deze inlichtingen worden schriftelijk en zo spoedig mogelijk verstrekt.

7.2

Een lid van het Bestuur verschaft de raad en het college van zijn gemeente alle inlichtingen, die door deze raad en/of dit college, of een of meer leden daarvan, worden gevraagd. De tweede volzin van het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

7.3

Een lid van het Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente voor het door hem in het Bestuur gevoerde beleid.

7.4

Het college dat een lid van het Bestuur heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid het door hem aangewezen lid te ontslaan, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.

Artikel 8 Financiële bijdrage

8.1

Gemeenten dragen jaarlijks bij aan de kosten voor de Gemeenschappelijke Regeling.

8.2

De kosten voor de Gemeenschappelijke Regeling bestaan uit de exploitatielasten van de vier milieuparken en de door de Commissie van Advies te maken kosten ten behoeve van de Gemeenschappelijke Regeling.

8.3

Voor de deelnemende gemeenten geldt de volgende bijdrageregeling: een jaarlijks vast te stellen bedrag per inwoner van de desbetreffende gemeente.

8.4

Jaarlijks factureert de gemeente Maastricht in haar hoedanigheid als exploitant de gemeenten in twee gelijke termijnen op basis van de begroting voor het lopende jaar.

8.5

De door de gemeenten verschuldigde bijdrage wordt gestort op een bankrekening van de Gemeente Maastricht.

8.6

De hoogte van de bijdrage wordt bepaald aan de hand van het aantal inwoners dat de desbetreffende gemeente op 1 januari voorafgaande aan het exploitatiejaar telt.

Artikel 9 Begroting en rekening

9.1

Het Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten.

9.2

Het Bestuur maakt jaarlijks een ontwerp-begroting van inkomsten en uitgaven op.

9.3

Het Bestuur zendt de ontwerp-begroting ten minste acht weken voordat deze door het Bestuur wordt vastgesteld, toe aan de raden van de gemeenten.

9.4

De ontwerp-begroting wordt door de colleges van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

9.5

De raden van de gemeenten kunnen bij het Bestuur hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen.

9.6

Het Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

9.7

Het bepaalde in het derde, vijfde en zesde lid is, met uitzondering van de in het zesde lid genoemde datum, van overeenkomstige toepassing op begrotingswijzigingen.

9.8

Het Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

9.9

Het Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

Artikel 10 Inspannings- en prestatieverplichtingen met betrekking tot beheer en exploitatie van de milieuparken

Stadsbeheer dient binnen de hiervoor geldende nationale, regionale en lokale wet- en regelgeving de volgende producten te leveren:

  • 10.1
    Beheer en onderhoud van terrein en faciliteiten
    • Het in stand houden, onderhouden, beheren en ontwikkelen van terrein, terreininrichting en opstallen op een doelmatig, representatief en verzorgd niveau voor zover dit niet wordt verzorgd door de verhuurder. Stadsbeheer legt hiervoor jaarlijks een onderhoudsplan met bijbehorende begroting ter goedkeuring voor aan de het Bestuur van de GR Geul & Maas.
  • 10.2
    Het inzetten van personeel voor de exploitatie van de milieuparken
    • Het bieden van een kwalitatief hoogwaardige dienstverlening bij de exploitatie van de milieuparken.
    • Van de op jaarbasis bestede uren dient op jaarbasis gemiddeld tenminste 20% afkomstig te zijn van personeel van de sociale werkvoorziening waaronder tevens begrepen mensen in garantiebanen.
  • 10.3
    Het zorgen voor onderhoud en exploitatie van de vier milieuparken, niet vallend onder personele inzet of beheer en onderhoud van onroerende zaken
    • Het aanschaffen, onderhouden en beheren van alle roerende zaken, ge- en verbruiksgoederen (materieel, inventaris, kantoorbenodigdheden etc.) die nodig zijn voor een doelmatige, representatieve en verzorgde exploitatie van de milieuparken.
  • 10.4
    Verzorgen van de afzet van ingenomen afvalstoffen
    • Het verzorgen/regelen van het transport en de verwerking van ingenomen afvalstoffen.
  • 10.5
    Het innen van tarieven aan de poort
    • Het innen, registeren en administreren van aan de poort verschuldigde tarieven.
  • 10.6
    Stadsbeheer draagt voortdurend zorg voor minimale kosten van transport en afzet door minimaal iedere 5 jaar elke afzonderlijke aanbesteding te herzien en opnieuw te gunnen op basis van laagste prijs, waarbij milieurendement en bedrijfszekerheid als gunnings- en wegingscriteria zijn opgenomen. Stadsbeheer dient het Bestuur vooraf te informeren over de wijze van aanbesteding en Stadsbeheer dient het Bestuur te informeren over de gunning conform de geldende wettelijke bepalingen. Het aanbestedingsbeleid van de gemeente Maastricht is van toepassing.

Artikel 11 Milieurendement

11.1

Stadsbeheer spant zich binnen de gemaakte financiële afspraken voortdurend in tot het maximaliseren van afvalscheiding van het aan de milieuparken aangeboden afval.

11.2

Stadsbeheer draagt er binnen de gemaakte financiële afspraken zorg voor dat de verwerking en het transport van ingenomen afvalstoffen plaatsvindt op een zo milieuverantwoord mogelijke wijze.

Artikel 12 Uitvoeringsvoorschriften

Het uitvoeren van werkzaamheden op de vier milieuparken dient te geschieden volgens het door het Bestuur vast te stellen Handboek Milieuparken.

Artikel 13 Verantwoording

Stadsbeheer zal over de realisatie van in deze Gemeenschappelijke Regeling genoemde doelstellingen verantwoording afleggen aan het Bestuur.

  • 13.1
    Twee keer per jaar zal Stadsbeheer een rapport bij het Bestuur indienen over de voortgang in de afgelopen periode. Voor de periode van 1 januari tot en met 30 april is de uiterste indieningsdatum 15 mei van het lopende jaar. Voor de periode 1 mei tot en met 31 augustus is de uiterste indieningsdatum 15 september van het lopende jaar. In de rapportage zullen in ieder geval de volgende zaken meegenomen moeten worden:
    • Hoeveelheid bezoekers per maand.
    • Financiële resultaten waarbij de werkelijk gerealiseerde hoeveelheden inzichtelijk worden gemaakt.
    • Toelichting op de financiële resultaten.
    • Gegevens over eventuele bijzonderheden, bijvoorbeeld schade die tijdens het jaar is veroorzaakt, klachten en afhandeling daarvan e.d.
    • Opmerkingen/aanwijzingen van het bevoegd gezag.
  • 13.2
    Uiterlijk 15 maart van elk jaar zal Stadsbeheer een eindafrekening over het voorgaande jaar, inclusief de bijbehorende accountantsverklaring indienen bij het Bestuur.
  • 13.3
    Uiterlijk 15 maart van elk jaar dient Stadsbeheer de begroting voor het daarop volgende jaar bij het Bestuur in te dienen.
  • 13.4
    Een actuele versie van het Handboek Milieuparken dient jaarlijks aan de Commissie van Advies te worden toegezonden.
  • 13.5
    Stadsbeheer en het Bestuur zullen vier maal per jaar, of zoveel vaker als nodig is, overleg voeren over de voortgang, op basis van de door Stadsbeheer aangeleverde rapportages en toelichting.
  • 13.6
    Indien één van beide partijen noodzaak ziet tot extra overleg plant de voorzitter van de Commissie van Advies buiten de reguliere overleggen een extra overleg in.
  • 13.7
    Indien gedurende de looptijd van deze Gemeenschappelijke Regeling bestuurlijke en/of wettelijke besluiten, hetzij verdere ontwikkelingen op het terrein van het afvalstoffenbeleid, danwel ontwikkelingen die van invloed zijn op de afvalinzameling, dit noodzakelijk maken, zullen de partijen hieraan in goed overleg hun medewerking verlenen.

Artikel 14 Kosten

14.1

Indien het totaalbedrag van de uitgaven voor een bepaalde begrotingspost op het niveau van subtotaal substantieel hoger dreigt uit te vallen dan eerder begroot, dan dient Stadsbeheer het Bestuur onverwijld op de hoogte te stellen.

14.2

Minimaal 50% van de kosten voor verwerking dient te worden gedekt door de tarieven die aan de poort worden geheven.

Artikel 15 Looptijd beheer- en exploitatiewerkzaamheden

15.1

De beheer- en exploitatiewerkzaamheden op de milieuparken zullen gedurende de looptijd van deze Gemeenschappelijke Regeling worden uitgevoerd door Stadsbeheer.

15.2

De beheer- en exploitatiewerkzaamheden door Stadsbeheer kunnen met onmiddellijke ingang tussentijds worden opgeheven:

a. Indien de Gemeenschappelijke Regeling Meerssen, Maastricht en Valkenburg aan de Geul inzake de samenwerking op 4 milieuparken na vooraankondiging wordt beëindigd.

b. Ingeval van conservatoir en/of executoriaal beslag op het vermogen van Stadsbeheer deze in de nakoming van zijn verplichtingen zoals omschreven in deze Gemeenschappelijke Regeling verhinderd wordt. In deze gevallen heeft de desbetreffende partij recht de beheer- en exploitatie werkzaamheden door Stadsbeheer met onmiddellijke ingang te doen beëindigen, onverminderd haar overige rechten waaronder het recht op schadevergoeding.

Artikel 16 Aansprakelijkheid en verzekeringen

16.1

Stadsbeheer is aansprakelijk voor schade die de gemeenten Meerssen en Valkenburg aan de Geul en/of derden lijden of zullen lijden als gevolg van een tekortkoming in de beheer- en exploitatiewerkzaamheden en/of uit hoofde van onrechtmatige daad als vermeld in boek 6 titel 3 van het Burgerlijk Wetboek en zal de gemeenten Meerssen en Valkenburg aan de Geul vrijwaren van schadeaanspraken van wie dan ook, tenzij de tekortkoming niet aan Stadsbeheer is toe te rekenen.

16.2

Stadsbeheer is verplicht, zich voor zijn personeel en materieel tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd te houden voor een bedrag van minimaal € 2.500.000,- per gebeurtenis.

Artikel 17 Vrijwaring, geschillen en toepasselijk recht

17.1

Alle geschillen omtrent interpretatie, uitvoering en beëindiging van de beheer- en exploitatiewerkzaamheden, zullen, met uitsluiting van de ter zake bevoegde instantie en van hoger beroep, ter berechting worden voorgelegd aan de vanuit de reinigingsbranche ingestelde Raad van Arbitrage (NVRD/VNPR). Een geschil is aanwezig wanneer een van beide partijen verklaart dat zulks het geval is.

17.2

Behandeling van een geschil door de Raad van Arbitrage schorst de mogelijkheid de beheer- en exploitatiewerkzaamheden als ontbonden te beschouwen op grond van feiten welke aanleiding waren tot het gerezen geschil;

17.3

De Raad van Arbitrage zal het geschil berechten conform het hem opgelegde reglement. Zijn uitspraak is bindend.

Artikel 18 Duur van de Gemeenschappelijke Regeling

18.1

De Gemeenschappelijke Regeling wordt aangegaan voor bepaalde tijd met ingang van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018.

18.2

Tussentijdse opzegging geschiedt bij besluit van (één van) de colleges van B&W met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar.

18.3

Het voornemen tot opzegging wordt met een opzegtermijn van een jaar aan het Bestuur en, indien de opzegging eenzijdig gebeurt, aan de andere gemeenten medegedeeld.

18.4

Na ontvangst van het in het derde lid genoemde voornemen stelt het Bestuur een liquidatieplan op.

18.5

Het liquidatieplan voorziet in de afwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling in technisch, organisatorisch en financieel opzicht en bevat een verplichting van de gemeenten tot deelneming naar evenredigheid in de financiële gevolgen van de beëindiging. Voor gedane investeringen als bedoeld in artikel 4 geldt dat de partij die eigenaar is van het milieupark de gedane investeringen ten laste van de Gemeenschappelijke Regeling Geul en Maas overneemt tegen betaling van de boekwaarde van deze investeringen.

Artikel 19 Uittreding

19.1

Indien in afwijking van het gestelde in artikel 18 één van de deelnemende gemeenten uit de gemeenschappelijke Regeling wil uittreden, dient het daartoe strekkende collegebesluit door de betreffende gemeente aan de andere gemeenten en aan het Bestuur gezonden te worden, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 1 jaar.

19.2

De leden 4 en 5 van artikel 18 zijn van overeenkomstige toepassing.

19.3

Bij voortijdig uittreden uit de Gemeenschappelijke Regeling zullen de gevolgen van uittreding samenhangend met de investeringen en de vaste kostencomponenten uit de exploitatiebegroting gedurende de resterende looptijd van de Gemeenschappelijke Regeling, met uitzondering van de exploitatiekosten met langdurige verbinding, door de uittredende gemeente gecompenseerd dienen te worden.

19.4

Indien kosten zijn gemoeid met het opstellen van het liquidatieplan, komen deze voor rekening van de uittredende deelnemer.

Artikel 20 Toetreding

20.1

Het bestuur van een gemeente die wenst toe te treden richt het verzoek ter zake aan het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Milieuparken Geul en Maas.

20.2

Toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling door een andere gemeente geschiedt op voordracht van het Bestuur.

20.3

Toetreding is alleen mogelijk indien de colleges van de deelnemende gemeenten eensluidend daartoe besluiten en met toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten .

Artikel 21 Opheffing of wijziging Gemeenschappelijke Regeling

21.1

De gemeenten streven, in het kader van het provinciale en regionale beleid ter zake, naar regionale uniformering met betrekking tot milieuparken.

21.2

Indien de regionale ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven, kan door een eensluidend besluit van de colleges der deelnemende gemeenten en met toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten, de Gemeenschappelijke Regeling binnen de genoemde periode worden opgeheven. De leden 3 tot en met 5 van artikel 18 zijn van overeenkomstige toepassing.

21.3

In geval van een onmiddellijke beëindiging van de beheer- en exploitatie werkzaamheden van Stadsbeheer als bedoeld in artikel 15.2 sub a, zullen de daaruit voor Stadsbeheer voortvloeiende financiële gevolgen vanwege met derden op dat moment lopende verplichtingen ten laste komen van de deelnemende gemeenten.

21.4

De Gemeenschappelijke Regeling kan bij eensluidend besluit van de colleges van de deelnemende gemeenten en toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten worden gewijzigd.

21.5

Het bestuur adviseert de colleges met betrekking tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling.

21.6

Deze Gemeenschappelijke Regeling vervangt de eerder gesloten Gemeenschappelijke Regeling Milieuparken Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul inzake de samenwerking op 4 milieuparken te weten Milieupark Beatrixhaven, Randwijck, Noorderbrug te Maastricht en de Valkenberg te Valkenburg aan de Geul, welke in 2014 van kracht is geworden.

Artikel 22 Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze Gemeenschappelijke Regeling niet voorziet, beslist het Bestuur, met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 23 Toezending Gemeenschappelijke Regeling

Het college van de gemeente van de plaats van vestiging zendt een ondertekend exemplaar van deze Gemeenschappelijke Regeling aan gedeputeerde staten. Hetzelfde geldt voor wat betreft besluiten tot wijziging of opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling alsmede voor wat betreft besluiten tot toetreding en uittreding.

Artikel 24 Archief

24.1

De bepalingen van de Archiefwet 1995 en van de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften, voor zover betrekking hebbende op de archiefbescheiden van de gemeente van vestiging, zijn van overeenkomstige toepassing op de archiefbescheiden van deze Gemeenschappelijke Regeling;

24.2

Als archiefbewaarplaats bedoeld in artikel 12 van de Archiefwet 1995 wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente waarin de secretaris van het bestuur werkzaam is

24.3

Bij opheffing van de regeling worden de archiefbescheiden van deze Gemeenschappelijke Regeling overgebracht naar de archiefbewaarplaats van Gemeente Maastricht.

Artikel 25 Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze Gemeenschappelijke Regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen door het college van de gemeente van de plaats van vestiging is bekendgemaakt.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester & wethouders van Maastricht in zijn vergadering van 13 september 2016.

De secretaris, P.J. Buijtels

De burgemeester, J.M. Penn-te Strake

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester & wethouders van Meerssen in zijn vergadering van 24 mei 2016.

De secretaris, Mr. J.J.M. Eurlings

De burgemeester, M.A.H. Clermonts-Aretz

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester & wethouders van Valkenburg aan de Geul in zijn vergadering van 24 mei 2016.

De secretaris, L.T. J. M. Bongarts

De burgemeester, Drs. M.J.A. Eurlings