Terug
Snelzoeken

Artikel Markt 28 - Familie Zeligman

Stolpersteine
Net als zijn (achter)neef Albert, drijft Salomon Zeligman een slagerij, en wel aan de Markt in Meerssen. Salomon is getrouwd met Mathilde Lichtenstein. Ze hebben vier kinderen die nog thuis wonen: Adolf, Joseph, Martha en Jeannette. 

Net als de kinderen Hildegard en Herbert van de familie Zeligman van de St. Josephstraat worden ze op 25 augustus 1942 door de Nazi's opgehaald. Met dezelfde vrachtwagen. Het is kermis op de Markt. Joseph is daar niet bij. Hij heeft het onheil niet afgewacht en is naar België gevlucht. Mensen uit de buurt zijn toe komen lopen. Het zijn er veel. Ze roepen naar de Duitsers dat ze 'die mensen met rust moeten laten'. Een van hen weet langs de Duitsers te glippen en Martha nog even te omhelzen.

'De spullen die ze meenamen, worden achter ze aan de vrachtwagen in gesmeten.' Als de vrachtwagen wegrijdt, zwaaien ze. 'Men dacht: Die komen nooit meer terug.' Er is een bericht van de chef Hulpsecretarie van kamp Westerbork dat ze op 25 augustus 1942 (....) zijn afgevoerd 'naar het buitenland'.'

Jeannette en Martha Zeligman komen eind augustus aan in Auschwitz, waar ze op 31 augustus in de gaskamer worden vermoord.

Adolf Zeligman overleeft de eerste selectie bij aankomst en moet voor de Duitsers aan het werk en komt in de loop van 1943 om het leven: ergens in Midden-Europa.

Op zijn stamkaart bij de Joodse Raad staat over Salomon Zeligman dat hij op 1 april 1944 vanaf de Gasthuisstraat 19 arriveert in Westerbork, en ondergebracht wordt in barak 6. In hetzelfde archief een kaart met daarop 5 april 1944 als datum waarop hij op transport gaat.

Volgens haar stamkaart bij de Joodse Raad arriveert Mathilde Zeligman al op 15 januari 1944 in Westerbork (barak 65). Ook zij gaat op 5 april 1944 op de trein naar Auschwitz. Ze zijn dan dus sinds 30 oktober 1944 gescheiden wegen gegaan en op die vijfde april 1944 voor kort herenigd. Drie dagen later zijn ze dood: vermoord.

Joseph Zeligman wordt lid van het verzet in België. Zijn gezicht is bekend bij de Duitsers, omdat een Rothemse politieagent in het ouderlijk huis zijn portret van de muur heeft meegenomen. Hij loopt de rest van de oorlog met een wapen op zak, bereid het te gebruiken. Hij overleeft de oorlog en keert op 11 juni 1945 terug in Meerssen, trekt tijdelijk in het pand aan de Markt 26 totdat op 1 augustus 1945 het ouderlijk huis aan de Markt 30 voor hem weer beschikbaar komt. Hij probeert de slagerij nieuw leven in te blazen maar dat lukt niet. Hij woont er nog tot maart 1948 en vertrekt dan naar Huizen waar hij in 1971 overlijdt.