Officiele publicatie

VERORDENING INTERGEMEENTELIJKE ADVIESCOMMISSIE INZAKE DE BEHANDELING VAN BEZWAARSCHRIFTEN 2016

De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester van de gemeente Meerssen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Meerssen d.d. 5 juli 2016 strekkende tot het voortzetten van de eerder aangegane regeling voor intergemeentelijke samenwerking met betrekking tot de behandeling van bezwaarschriften;

gelet op de desbetreffende bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht respectievelijk van de Gemeentewet;

BESLUITEN:

  • 1.
    in te trekken de op 5 juni 2008 vastgestelde ‘Verordening intergemeentelijke commissie behandeling bezwaarschriften 2008’:
  • 2.
    vast te stellen de ‘Verordening intergemeentelijke adviescommissie inzake de behandeling van bezwaarschriften 2016’.

HOOFDSTUK I BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. bestuursorgaan:

gemeentelijk bestuursorgaan dat dient te beslissen op een bezwaarschrift;

b. verwerend orgaan:

bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

c. bezwaarschrift:

een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:4 van de Algemene wet bestuursrecht en dat wordt ingediend bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen;

d. commissie:

vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;

e. wet:

de Algemene wet bestuursrecht;

f. gemeente:

elke gemeente die op basis van intergemeentelijke samenwerking krachtens convenant heeft ingestemd met gebruikmaking van de diensten van de commissie.

HOOFDSTUK II BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN

Paragraaf 1 De commissie

Artikel 2 Inleidende bepaling

1.

Er is een onafhankelijke intergemeentelijke commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5, lid 1, van de wet.

2.

De commissie is niet bevoegd ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:

  • a.
    gemeentelijke belastingaanslagen;
  • b.
    waardebepalingen in het kader van de Wet waarderingen onroerende zaken;
  • c.
    de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en aanverwante regelingen.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1.

De commissie bestaat uit de kamers:

  • a.
    Volkshuisvesting / Ruimtelijke Ordening / Woningwet en Milieu;
  • b.
    Personeelszaken;
  • c.
    Algemene Zaken.
2.

De kamers als bedoeld in het eerste lid bestaan uit een onafhankelijke voorzitter en twee onafhankelijke leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

3.

Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in de verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

4.

De colleges van burgemeester en wethouders benoemen met inachtneming van het tweede lid reserve-voorzitters alsmede een genoegzaam aantal roulerende leden.

5.

De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk bestuursorgaan van een van de deelnemende gemeenten.

6.

De voorzitter en de leden van de commissie onthouden zich van het doen van enigerlei werkzaamheden ten behoeve van derden met betrekking tot het indienen van een bezwaarschrift bij een van de deelnemende gemeenten en het vertegenwoordigen van derden bij de commissie.

7.

De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

Artikel 4 Secretaris

1.

De secretaris van de commissie is een door het college van burgemeester en wethouders van elke gemeente aangewezen ambtenaar.

2.

De colleges van burgemeester en wethouders wijzen zo nodig meerdere secretarissen aan.

Artikel 5 Zittingsduur

1.

De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaren. Herbenoeming is voor ten hoogste vier jaren mogelijk.

2.

Ingeval blijkt dat in onvoldoende mate nieuwe voorzitters of leden kunnen worden aangetrokken, kunnen aftredende voorzitters of leden alsnog voor een verlenging van de zittingsperiode in aanmerking komen.

3.

De voorzitters en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.

4.

De aftredende voorzitters en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Paragraaf 2 Procedure

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

1.

Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2.

Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14, lid 1, van de wet wordt vermeld dat een onafhankelijke commissie over de te nemen beslissing op het bezwaar zal adviseren.

3.

Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt tenminste twee weken voor de hoorzitting in handen van de commissie gesteld.

Artikel 7 Overdracht bevoegdheden

De bevoegdheden terzake de behandeling van bezwaarschriften ingevolge de artikelen;

  • 2:1 tweede lid
  • 6:6 voor wat betreft het bieden van de gelegenheid tot herstel van verzuim
  • 6:17 voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie
  • 7:3
  • 7:4 tweede lid en
  • 7:6 vierde lid

van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter van de commissie.

Artikel 8 Vooronderzoek

1.

De secretaris is namens de voorzitter van de commissie in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

2.

De voorzitter van de commissie kan uit eigen beweging of op verzoek van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college van burgemeester en wethouders vereist.

Artikel 9 Hoorzitting

1.

De secretaris bepaalt namens de voorzitter van de commissie plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

2.

De voorzitter van de commissie beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.

3.

Indien de voorzitter op grond van het in het tweede lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:

  • a.
    de belanghebbenden;
  • b.
    het verwerend bestuursorgaan.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

1.

De secretaris deelt namens de voorzitter van de commissie de belanghebbenden en het verwerend orgaan tenminste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

2.

Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3.

De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de hoorzitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

4.

De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Artikel 11 Quorum

Voor het houden van een hoorzitting is vereist, dat de meerderheid van het aantal per zitting fungerende leden, waaronder in ieder geval de (plaatsvervangend) voorzitter, aanwezig is.

Artikel 12 Niet deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de fungerende leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 13 Openbaarheid hoorzitting

1.

De zitting van de commissie is openbaar.

2.

De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien voorts een belanghebbende daartoe een gemotiveerd verzoek doet.

3.

Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

4.

De zittingen van de kamer Personeelszaken vinden met gesloten deuren plaats.

Artikel 14 Handhaving orde

De voorzitter handhaaft de orde ter zitting. Hij is bevoegd wanneer de orde op enigerlei wijze wordt verstoord, maatregelen te nemen.

Artikel 15 Schriftelijke verslaglegging

1.

Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.

2.

Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.

3.

Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4.

Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

5.

Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de kamer van de commissie.

Artikel 16 Nader onderzoek

1.

Indien na afloop van de hoorzitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de commissie dit onderzoek houden.

2.

De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3.

De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek.

4.

Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17 Raadkamer en advies

1.

De kamer van de commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2.
  • a.
    De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
  • b.
    Indien bij een stemming de stemmen staken dan beslist de stem van de voorzitter.
  • c.
    Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.
3.

Het advies van de commissie is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

4.

Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 18 Uitbrengen advies

1.

Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2.

Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, wordt door of namens de voorzitter van de commissie het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig verzocht de beslissing te verdagen.

Artikel 19 Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 20 Overgangsbepaling

Lopende bezwaar, dan wel beroepsprocedures die aanhangig werden gemaakt vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens de bepalingen van de ‘Verordening intergemeentelijke adviescommissie inzake de behandeling van bezwaarschriften 2008’.

HOOFDSTUK III SLOTBEPALINGEN

Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel

Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2016.

Artikel 22 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening intergemeentelijke adviescommissie inzake de behandeling van bezwaarschriften 2016’.

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Meerssen d.d. 8 september 2016. De raad voornoemd,
De griffier,
mr. Y.R.G. Dreessen.
De burgemeester,
M.A.H. Clermonts-Aretz.   Aldus besloten in het college van burgemeester en wethouders van Meerssen d.d. 5 juli 2016. Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,
De secretaris,
mr. J.J.M. Eurlings.
De burgemeester,
M.A.H. Clermonts-Aretz.   Aldus besloten door de burgemeester van Meerssen d.d. 5 juli 2016.
De burgemeester voornoemd,
M.A.H. Clermonts-Aretz.