Officiele publicatie

Mandaatregeling college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meerssen inzake uitvoering Gemeenschappelijke regeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie sociale dienst Maastricht – Heuvellandgemeenten

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meerssen

Gelezen

het voorstel tot mandatering van de aan het college opgedragen taken en bevoegdheden voor de uitvoering van:

  • de Participatiewet (inclusief overgangsrecht Wet werk en bijstand)
  • de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers
  • de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
  • de Wet maatregelen Wet werk en bijstand
  • de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving
  • de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
  • de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
  • de uitvoeringsregelingen en –besluiten op grond van bovengenoemde wetten
  • de Wet openbaarheid van bestuur voor zover het de uitvoering van bovengenoemde wetten, regelingen en besluiten betreft.
  • de uitvoeringsregelingen en –besluiten op grond van bovengenoemde wetten (op rijks en gemeentelijk niveau)

Overwegende dat

  • de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg aan de Geul voor de uitvoering van bovengenoemde wetten, regelingen en besluiten de gemeenschappelijke regeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie sociale dienst Maastricht – Heuvellandgemeenten getroffen hebben, waarbij de gemeente Maastricht als centrumgemeente is aangewezen
  • het college van burgemeester en wethouders van de centrumgemeente de taken en bevoegdheden van de afzonderlijke colleges van burgemeester en wethouders op grond van bovengenoemde wetten, regelingen en besluiten namens deze zal gaan uitvoeren.

Gelet op

  • de artikelen 4 en 5 van de gemeenschappelijke regeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie sociale dienst Maastricht – Heuvellandgemeenten
  • Afdeling 10.1.1 (Mandaat) Algemene wet bestuursrecht

Besluit

  • het college van burgemeester en wethouders van Maastricht mandaat te verlenen voor de uitoefening van alle taken en bevoegdheden in het kader van de uitvoering van de bovengenoemde wetten, regelingen en besluiten
  • dat onder dit mandaat mede begrepen wordt het in dat kader beslissen op bezwaarschriften
  • dat onder dit mandaat niet begrepen wordt het beslissen op de toepassing van eventuele hardheidsclusules
  • dat deze mandaatverlening zowel ziet op een afdoenings- als een ondertekenings-mandaat
  • dat het college van burgemeester en wethouders van Maastricht bevoegd is bij afzonderlijk besluit ten aanzien van de uitoefening van deze mandaten onder-mandaat te verlenen
  • het college van burgemeester en wethouders van Maastricht volmacht te verlenen voor de privaatrechtelijke rechtshandelingen welke nodig zijn bij de uitvoering van de bovengenoemde wetten, regelingen en besluiten
  • met betrekking tot de uitoefening van de verleende mandaten, eventuele onder-mandaten en volmachten de volgende nadere regels vast te stellen

Artikel 1

1.

Op de uit te oefenen mandaten en onder-mandaten is de mandaatlijst sociale zaken van de gemeente Maastricht van overeenkomstige toepassing.

2.

Deze mandaatlijst wordt als bijlage aan dit besluit gehecht en maakt daarmee deel uit van dit besluit.

3.

In geval van een voorgenomen wijziging van de mandaatlijst informeert het college van burgemeester en wethouders van Maastricht het portefeuillehoudersoverleg, zoals vermeld in artikel 6 van de gemeenschappelijke regeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie sociale dienst Maastricht – Heuvellandgemeenten.

Artikel 2

1.

Mandaat wordt niet verleend voor het nemen van een beslissing in hoger beroep te gaan tegen een beslissing van de bestuursrechter in eerste aanleg.

2.

In geval een aan de gemeenschappelijke regeling deelnemend college besluit om in hoger beroep te gaan, kan het college van burgemeester en wethouders van Maastricht desgevraagd van advies dienen.

Artikel 3

1.

De mandaathouder legt een gemandateerde beslissing ter besluitvorming voor aan het betreffende college van burgemeester en wethouders, indien daarbij het beleid van dat college is betrokken.

2.

Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt in elk geval geacht het beleid van het college bij een te nemen beslissing te zijn betrokken:

  • a
    indien het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid;
  • b
    indien er rekening mee gehouden moet worden, dat de betrokken portefeuillehouder en/of het college op zijn of haar verantwoordelijkheid voor de te nemen beslissing zal worden aangesproken;
  • c
    indien uit de te nemen beslissing niet voorziene financiële of andere zwaarwegende bestuurlijke gevolgen kunnen voortvloeien;
  • d
    indien dit door of namens het in het eerste lid van dit artikel bedoelde college is kenbaar gemaakt.

Artikel 4

Een krachtens mandaat genomen beslissing alsmede de op de gemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende brieven worden door de mandaathouder als volgt ondertekend:

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente <   >

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht

de secretaris                                 de burgemeester

Artikel 5

1.

Indien het college van burgemeester en wethouders beslist tot het verlenen van een onder-mandaat. doen ze dit schriftelijk. Het betreffende besluit wordt ter kennis gebracht van het/de betreffende college(s) van burgemeester en wethouders.

2.

Een verleend onder-mandaat wordt tevens aangetekend in de bij dit mandaatbesluit gevoegde mandaatlijst.

3.

Een krachtens onder-mandaat genomen besluit, als bedoeld in het eerste lid, alsmede de op de onder-gemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende brieven worden door de onder-gemandateerde als volgt ondertekend:

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente <   >

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht

namens deze

(functie onder-gemandateerde),

(naam en handtekening onder-gemandateerde)

Artikel 6

1.

De ondertekening van stukken wordt opgedragen aan degene aan wie mandaat dan wel onder-mandaat is verleend, tenzij in de bijgevoegde mandaatlijst anders is bepaald.

2.

Een krachtens mandaat genomen besluit waarbij de ondertekening geschiedt door een ander dan degene die het besluit heeft genomen, wordt als volgt ondertekend:

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente <   >

functie van degene aan wie aan wie (afdoenings)mandaat is verleend

voor deze,

(functie van degene aan wie het ondertekenings-mandaat is verleend)

(naam en handtekening)

Artikel 7

In geval van afwezigheid van functionarissen, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn gemandateerd, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun daartoe aangewezen plaatsvervanger. Een mandaat dat aan een bepaalde functionaris is verleend, kan ook door een volgens het organisatiebesluit van de gemeente Maastricht hiërarchisch boven hem staande functionaris worden uitgeoefend.

Artikel 8

1.

De werking van deze mandaatregeling zal iedere twee jaar worden geëvalueerd op zijn doelmatigheid en doeltreffendheid.

2.

Deze evaluatie laat de tussentijdse bijstelling van de bij deze regeling behorende mandaatlijst onverlet.

3.

Zowel het college van burgemeester en wethouders dat deze regeling heeft vastgesteld, als het college van burgemeester en wethouders van Maastricht kunnen onderwerpen voor de evaluatie voorstellen.

4.

Het portefeuillehoudersoverleg zoals vermeld in artikel 6 van de gemeenschappelijke regeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie sociale dienst Maastricht – Heuvellandgemeenten coördineert de evaluatie.

Artikel 9

Deze mandaatregeling treedt in werking op 1 januari 2016.

Artikel 10

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Mandaatregeling gezamenlijke uitvoeringsorganisatie sociale dienst Maastricht – Heuvellandgemeenten’.

Aldus vastgesteld op 18 december 2015 in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meerssen.
De secretaris
De burgemeester