Officiele publicatie

Mandaatbesluit invorderingsambtenaar BsGW 2014 Heerlen

De invorderingsambtenaar van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen (BSGW);

overwegende:

dat het dagelijks bestuur van BsGW op grond van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen bevoegd is de ambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet (invorderingsambtenaar), aan te wijzen;

dat het dagelijks bestuur van BsGW op 3 januari 2014 heeft besloten om de heer W.C.G. Fiddelaers, Directeur van BsGW aan te wijzen als invorderingsambtenaar;

dat het wenselijk is om de bevoegdheden, zoals hieronder aangegeven te mandateren; gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT

Artikel 1 Mandaat

De invorderingsambtenaar mandateert aan de heer R. Zwamborn (Hoofd afdeling Publiekszaken) van de gemeente Heerlen, de invorderingsbevoegdheid van de volgende heffingen op grond van een door het bevoegde bestuursorgaan van de gemeente Heerlen vastgestelde regeling:

  • a.
    leges;
  • b.
    marktgelden;
  • c.
    lijkbezorgingsrechten;
  • d.
    parkeerbelasting.

Artikel 2 Kaderstelling

1.

De uitoefening van de bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de kaders en specifieke voorwaarden, zoals aangegeven in dit besluit;

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid geschiedt de uitoefening van de bevoegdheden binnen de grenzen van het recht, waarop deze bevoegdheden steunen en de ter zake geldende uitvoeringsregels.

3.

Voor zover de uitoefening van de bevoegdheden financiële consequenties voor de gemeente met zich brengt, geschiedt zulks met inachtneming van de ter zake gestelde budgettaire kaders.

Artikel 3 Terugkoppeling

1.

Indien in enig geval wordt getwijfeld of de voorgenomen uitoefening van de bevoegdheid in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 2, oefent de gemandateerde zijn bevoegdheid niet uit dan nadat hij daarover overleg heeft gepleegd met de invorderingsambtenaar.

2.

Het bepaalde in het eerste lid vindt in elk geval plaats indien:

  • a.
    de invorderingsambtenaar daarom heeft verzocht;
  • b.
    de uitoefening van de bevoegdheid (vermoedelijk) bestuurlijke/ politieke consequenties zal hebben;
  • c.
    het voornemen bestaat tot aanvulling/afwijking van het tot dan gevoerde beleid;
  • d.
    er persoonlijke betrokkenheid van de gemandateerde dan wel van diens plaatsvervanger bij het te nemen besluit bestaat;
  • e.
    precedentwerking is te verwachten.
3.

De invorderingsambtenaar, kan nadere voorwaarden stellen waaronder slechts van deze bevoegdheid gebruik mag worden gemaakt in specifieke gevallen of soorten van gevallen.

Artikel 4 Ondertekening

De ondertekening van uitgaande stukken, waarop de besluitbevoegdheid betrekking heeft, geschiedt als volgt:

"De invorderingsambtenaar,

namens deze,"

gevolgd door de functieaanduiding van de gemandateerde, diens handtekening en naam. Het gebruik van handtekeningstempels of voorbedrukte formulieren is toegestaan.

Artikel 5 Ondermandaat

Ondermandaat van de in dit besluit toegekende bevoegdheden is toegestaan aan functionarissen in dienst van de gemeente Heerlen.

Artikel 6 Toezicht en rapportage

1.

De mandaatgever draagt zorg voor het toezicht op de rechtmatige uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden.

2.

De gemandateerde draagt desgevraagd zorg voor periodieke rapportages aan de mandaatgever over de uitoefening van zijn gemandateerde bevoegdheden.

Artikel 7 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.
    Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2014.
  • 2.
    Dit besluit kan worden aangehaald als "Mandaatbesluit invorderingsambtenaar BsGW 2014 Heerlen".
    Roermond, 13 februari 2014
    De ambtenaar als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet (invorderingsambtenaar)
    de directeur,
    W.C.G. Fiddelaers
Ondergetekende, verklaart zich akkoord met de voorgestelde mandatering . Heerlen, 19-2-2014 dhr. R. Zwanborn Hoofd afdeling Publiekszaken