Terug
Snelzoeken

Officiele publicatie

Beleidsregels toewijzen individuele gehandicaptenparkeerplaatsen Gemeente Meerssen 2019

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Meerssen ontvangt met regelmaat aanvragen van inwoners voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

Parkeervoorzieningen in de openbare ruimte worden over het algemeen steeds schaarser in verband met een toenemende automobiliteit. De beoordeling van een aanvraag tot aanwijzing van een individuele gehandicaptenparkeerplaats moet daarom zorgvuldig plaatsvinden

Tot op heden is er op gemeentelijk niveau geen beleid geformuleerd omtrent de aanwijzing van individuele gehandicaptenparkeerplaatsen. Gemeentes zijn autonoom wat betreft de procedures die zij volgen met betrekking tot het aanwijzen van individuele gehandicaptenparkeerplaatsen.

Voor burgers is het veelal onduidelijk welke stappen zij moeten volgen, welke mogelijkheden er zijn en hoe de gemeente omgaat met (aanvragen tot) individuele gehandicaptenparkeerplaatsen.

Om de burgers duidelijkheid te verschaffen omtrent de aanwijzing van individuele gehandicapten-parkeerplaatsen, verdient het dan ook de aanbeveling om hiervoor beleid vast te stellen. Met de vaststelling van beleidsregels wordt tevens voorkomen dat er rechtsongelijkheid ontstaat.

In navolgende beleidsregels wordt ingegaan op de wijze waarop moet worden gegaan met individuele gehandicaptenparkeerplaatsen (op kenteken) en aanvragen hiertoe. Aanvragen voor individuele gehandicaptenparkeerplaatsen monden uit in een verkeersbesluit. Bij de beoordeling van de aanvraag weegt het college het individueel en het algemeen belang tegen elkaar af.

Wettelijk kader

Gelet op het bepaalde in artikel 147 en 160 van de Gemeentewet, artikel 1:3 en 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990, het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer en de Wegenverkeerswet 1994, mede gezien de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders tot het nemen van een verkeersbesluit als bedoeld in artikel 18 lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994, mogen burgemeester en wethouders beleidsregels inzake de aanwijzing van gehandicaptenparkeerplaatsen vaststellen.

Verkeersbesluit

Artikel 3:40 van de Algemene Wet Bestuursrecht stelt dat een besluit niet in werking treedt voordat het is bekendgemaakt middels verzending van het besluit aan de aanvrager.

Bekendmaking dient tevens plaats te vinden door een publicatie op de digitale gemeentepagina.

In de bekendmaking staan de volgende zaken weergegeven:

  • -
    het genomen besluit;
  • -
    de bezwaarschriftenprocedure.

Belanghebbenden kunnen binnen de bezwarentermijn van 6 weken bij het college van burgemeester en wethouders bezwaren indienen en een voorlopige voorziening aanvragen bij de rechtbank Maastricht. Verder wordt aan de aanvrager schriftelijk meegedeeld dat de aanvraag tot aanwijzing van een gehandicaptenparkeerplaats wordt gehonoreerd door middel van een verkeersbesluit. Uitvoering van een verkeersbesluit vindt plaats nadat de bezwarentermijn is afgelopen.

Geneeskundig onderzoek

Een geneeskundig onderzoek naar een handicap van de aanvrager is reeds aan de orde bij de beoordeling van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart. De aanvrager moet voor de toekenning van een individuele gehandicaptenparkeerplaats zijn of haar gehandicaptenparkeerkaart te overleggen. Dit maakt herhaling van het geneeskundig onderzoek of een extra onderzoek overbodig.

1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

RVV 1990:

het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990

Wet:

Wegenverkeerswet 1994;

Motorvoertuig:

alle gemotoriseerde voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder z van het RVV 1990;

Gehandicaptenvoertuig:

voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,1meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45km per uur bedraagt, en geen bromfiets is;

Parkeren:

het laten stilstaan, als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990

Individuele gehandicaptenparkeerplaats:

parkeerplaats aangeduid met bord E06 uit bijlage I van het RVV 1990 waar alleen geparkeerd mag worden door:

a.

een gehandicaptenvoertuig:

b.

een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht of;

c.

als de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig;

Bestuurder:

degene die het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig bestuurt;

CROW:

afkorting van "Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek", is een Nederlandse organisatie die kennis over verkeer en vervoer bundelt;

ASVV:

afkorting van “Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen”. Een handboek met aanbevelingen voor de inrichting van wegen binnen de bebouwde kom. Hierin is onder andere opgenomen in welke situaties bepaalde maatregelen effectief zijn en hoe ze het beste uitgevoerd kunnen worden.

BABW:

Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.

2. Toewijzen gehandicaptenparkeerplaatsen

De aanvraag van een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt gedaan door de houder van de gehandicaptenparkeerkaart zelf of, in het geval van een passagierskaart, de wettelijk vertegenwoordiger wanneer de houder niet is staat is de aanvraag zelf te doen.

3. Samenloop beleidsregels parkeervergunningen

Wanneer een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt toegewezen aan een bewoner van een gebied waar vergunninghoudersparkeren geldt, wordt deze parkeerplaats gezien als een eigen parkeergelegenheid en vervalt het recht op een parkeervergunning.

4. Werkingsduur gehandicapten parkeerplaatsen

Individuele gehandicaptenparkeerplaatsen voor bewoners worden aangewezen voor 24 uur per

dagen 7 dagen in de week;

5. Aanvraag individuele gehandicaptenparkeerplaats

Voor het indienen van een aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats dient:

  • a.
    de aanvrager blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie van Meerssen in de gemeente Meerssen woonachtig te zijn op het adres waarvoor de plaats wordt aangevraagd;
  • b.
    een aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats schriftelijk te worden ingediend bij het college;
  • c.
    de aanvrager een hiervoor bestemd aanvraagformulier in te vullen. Dit formulier dient volledig te worden ingevuld en te zijn voorzien van een handtekening van de aanvrager. Om in aanmerking te komen voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats dient men tevens te voldoen aan de criteria genoemd in hoofdstuk 4 van dit beleid.

Om het verzoek voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats in behandeling te nemen dient de aanvrager een schriftelijke aanvraag, in te dienen bij de gemeente, via het daarvoor bestemde aanvraagformulier. Het formulier is op te vragen bij de gemeente Meerssen;

6. Verzoek aanvullende gegevens

  • 1.
    Indien het aanvraagformulier niet compleet wordt ingediend, dan wordt de aanvrager verzocht binnen een termijn van vier weken de aanvraag aan te vullen of te verbeteren;
  • 2.
    Voldoet de aanvrager niet aan het eerste lid van dit artikel, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

7. Locatie individuele gehandicaptenparkeerplaats

Een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt in beginsel aangelegd binnen een loopafstand van maximaal 100 meter van het woonadres (toegangsdeur)van de aanvrager. In overleg met de aanvrager en de politie bepaalt de gemeente de definitieve locatie van de individuele gehandicaptenparkeerplaats.

8. Toetsingscriteria

Voor een positief besluit op uw aanvraag voor een GPP op kenteken, moet in elk geval aan de volgende algemene voorwaarden zijn voldaan:

  • de aanvrager of diens partner dient in het bezit te zijn van een geldige gehandicapten-parkeerkaart óf de aanvrager of diens partner is bestuurder van een invalidenvoertuig en beiden staan op hetzelfde woonadres ingeschreven;
  • het motorvoertuig staat geregistreerd op het woonadres van de aanvrager;
  • de aanvrager dient door een externe instantie gekeurd te worden op diens maximale loopafstand en/of de aanvrager als passagier niet alleen gelaten kunt worden, ook niet voor korte tijd;
  • voor de aanvrager bestaat niet de mogelijkheid om zelf in een eigen parkeerplaats te voorzien op eigen terrein (garage, carport, oprit etc.);
  • er is de mogelijkheid aanwezig om binnen de door de keuringsinstantie vastgestelde maximale loopafstand een gehandicaptenparkeerplaats te realiseren, conform de geldende richtlijnen van het CROW en met inachtneming van landelijke normen;
  • de aanvrager dient akkoord te gaan met betaling van de voor de aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats verschuldigde kosten volgens de tarievenlijst Openbare Werken. Indien de aanvraag wordt geweigerd gaat de aanvrager akkoord met betaling van 10% van de verschuldigde kosten volgens de tarievenlijst Openbare Werken (leges voor behandelen van de aanvraag);
  • ingeval van opheffing van de GPP op kenteken, vindt geen restitutie plaats van de gemaakte kosten.

Verkeersveiligheid

Door het toewijzen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats mag de verkeersveiligheid op de weg niet in het gedrang komen.

Dit is het geval:

  • a.
    ter plaatse van een stopverbod;
  • b.
    in de nabijheid van een hoek van een straat;

Indien uit verkeersonderzoek blijkt dat een van bovenstaande situaties van toepassing is, wordt geen individuele gehandicaptenparkeerplaats aangelegd.

9. Aanleg

  • 1.
    Toekenning van de individuele gehandicaptenparkeerplaats geschiedt door middel een verkeersbesluit (artikel 18 Wegenverkeerswet 1994);
  • 2.
    De aanleg van individuele gehandicaptenparkeerplaatsen geschiedt zo mogelijk conform de geldende richtlijnen van het CROW en met inachtneming van de landelijk geldende normen;
  • 3.
    Het maken van een individuele gehandicaptenparkeerplaats geschiedt binnen een termijn van één maand na de dag nadat het (verkeers)besluit onherroepelijk is;
  • 4.
    Indien het aanleggen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats niet binnen het bepaalde onder lid 3 van de in dit artikel vermelde termijn kan worden gerealiseerd, deelt het bestuursorgaan dit aan de aanvrager mede en noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de aanleg wel gerealiseerd kan worden.

10. Verplaatsing individuele gehandicaptenparkeerplaats.

Indien men verhuist en het op het nieuwe adres gewenst is weer te kunnen beschikken over een individuele gehandicaptenparkeerplaats, dient men opnieuw een aanvraagformulier voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats in te vullen en daarop aan te geven dat het om een verplaatsing gaat. Voor de indiening van de aanvraag gelden dezelfde regels/vereisten als bij het indienen van een eerdere aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats.

11. Verwijdering

De gehandicaptenparkeerplaats blijft altijd in eigendom van de wegbeheerder;

Burgemeester en wethouders kunnen gehandicaptenparkeerplaatsen verwijderen wanneer blijkt dat de aanwijzing heeft plaatsgevonden op grond van onjuiste gegevens.

12. Intrekking

De individuele gehandicaptenparkeerplaats vervalt van rechtswege:

  • binnen één maand na verhuizing van de betrokkene;
  • binnen één maand na overlijden van de betrokkene;
  • drie maanden na het vervallen van de landelijke gehandicaptenparkeerkaart (zijnde een bestuurderskaart) van de betrokkene;
  • bij het niet meer in bezit zijn van een motorvoertuig;
  • bij het niet meer in bezit zijn van een geldig rijbewijs.

Voorts wordt de aanwijzing van een individuele gehandicapten parkeerplaats ingetrokken wanneer:

  • bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt
  • er misbruik van de parkeerplaats wordt geconstateerd

Bovengenoemde is opgenomen in het verkeersbesluit. Dit maakt het nemen van een intrekkingsbesluit overbodig.

De betrokkene is verplicht de gemeente in kennis te stellen indien één van de hierboven genoemde gevallen zich voordoet.

13. Wijzigingen in de persoonlijke situatie/gegevens

De houder van een individuele gehandicaptenparkeerplaats is verplicht wijzigingen schriftelijk door te geven aan de gemeente bij:

  • wijziging van het kenteken van voertuig van betrokkene;
  • het niet meer in het bezit zijn van een motorvoertuig en/of geldend rijbewijs;
  • bij verhuizing van de betrokkene;
  • het niet langer in staat zijn het betreffende voertuig te besturen en/of niet langer met het betreffende voertuig vervoerd kunnen worden;

14. Verhuizing

Indien de gehandicapte, aan wie een individuele gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen, verhuist en hij wenst de gehandicaptenparkeerplaats mee te verhuizen, dient de situatie opnieuw beoordeeld te worden.

15. Kosten van de individuele gehandicaptenparkeerplaats

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats en de mogelijke aanleg daarvan worden leges en kosten in rekening gebracht bij de aanvrager.

De kosten voor een gehandicaptenparkeerplaats zijn op te splitsen in de volgende onderdelen, te weten:

Behandelings- en administratiekosten (leges):

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats worden leges in rekening gebracht. Deze kosten worden altijd bij de aanvrager in rekening gebracht, ongeacht de beslissing op de aanvraag. De hoogte van deze leges zijn terug te vinden in de tarieventabel van de op dat moment geldende legesverordening.

Materiaalkosten:

Omdat bij de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats over het algemeen gebruik wordt gemaakt van een bestaand parkeervak worden bij de aanleg de kosten teruggevoerd tot de kosten voor de materialen.

Plaatsingskosten:

Dit zijn de kosten voor het aantal uren dat met het aanleggen van de gehandicaptenparkeerplaats is gemoeid.

Na ontvangst van de betaling van de kosten en na afloop van de bezwarentermijn wordt overgegaan tot aanleg van de individuele gehandicaptenparkeerplaats door of namens de gemeente Meerssen. Indien de aanvrager wenst dat de individuele gehandicaptenparkeerplaats eerder wordt aangelegd dan gebeurt dat op eigen risico van de aanvrager.

16. Hardheidsclausule

Hiervoor wordt verwezen naar artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht:

“Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.”

17. Verbodsbepaling

Het is verboden de individuele gehandicaptenparkeerplaats te verhuren, te verkopen of anderszins in gebruik te geven. Het is tevens verboden zonder toestemming van de gemeente de gehandicapten-parkeerplaats te verwijderen of te verplaatsen.

18. Inwerkingtreding

Dit beleid treedt in werking op de dag na de bekendmaking.

Deze beleidsregels worden aangehaald als:

Beleidsregels individuele gehandicaptenparkeerplaatsen Gemeente Meerssen 2019