Stolpersteine

Stolpersteine zijn steentjes met messing plaatjes van 10 x 10 cm ingemetseld in de stoep/het trottoir bij de adressen waar de slachtoffers voor het laatst in vrijheid hebben gewoond. Op de steentjes zijn gegevens van de slachtoffers gegraveerd. Heb je vragen over de Stolpersteine in de gemeente Meerssen? Neem dan contact op met de werkgroep Stolpersteine: stolpersteinemeerssen@gmail.com.
Bij deze adressen vind je Stolpersteine
Weert 47 - Franciscus Henderson
Op Weert 47 woonde tijdens de Tweede Wereldoorlog Franciscus Henderson, geboren in Maastricht op 26 december 1881. Frans Henderson werkt als bedrijfsleider/fabrieksopzichter bij de papierfabriek. Zijn woning staat tegenover de fabriek in een huis dat hij huurde van Tielens, de eigenaar van de fabriek. Hij heeft samen met zijn vrouw Maria Geertsen - die stierf in 1939 - drie kinderen. Hij is fel anti-Duits en doet geen pogingen om zijn aversie tegen de bezetter te verbergen. Volgens de Oorlogsgravenstichting is hij lid van het verzet.
Franciscus wordt door een collega verraden. Als gevolg van dat verraad verricht de Maastrichtse politie huiszoeking bij Henderson. Hij wordt samen met zijn broer Johan, die ook in Weert woont, opgepakt, maar zijn broer wordt weer vrijgelaten. De politie vindt in Frans' huis anti-Duitse lectuur, onder andere een illegaal blaadje in de zak van een oude jas en 27 gouden tientjes. Daarop wordt Henderson naar Kamp Amersfoort gebracht.
Hij wordt in Amersfoort ernstig ziek, maar kan geopereerd worden. Daarvoor moet Henderson naar Vught gebracht worden. Dat gebeurt op 19 november 1943. Henderson overlijdt tijdens de operatie in Vught. Daarbij is aanwezig kapelaan Kooyman uit Rotterdam, die hem nog het H. Oliesel toedient. Op de stamkaart van Henderson staat: 'verbrandingsbericht aanwezig'. Mogelijk werd hij gecremeerd.
Kapelaan Kooyman heeft na zijn terugkeer uit Dachau na de oorlog enkele brieven gestuurd aan WJMF Henderson, de jongste dochter van Frans Henderson. Dat had hij de stervende Henderson in Vugt beloofd. Ze zijn gedateerd 2 en 8 november 1945. Hij schrijft o.a.: "Ik kan u verzekeren dat hij vol overgave aan Gods H. wil gestorven is en zeker al wel in den hemel feest viert."
Frans Henderson werd begraven op het kerkhof in Rothem, gemeente Meerssen.
Kruisstraat 8 - Johannes Hubertus Augustinus van Hees
Kruistraat 8 is het toenmalige adres van Johannes Hubertus Augustinus van Hees. Daar was tijdens de Tweede Wereldoorlog – en ook nog daarna – het Hotel Prins van Oranje gevestigd. Nu ligt er een naar het hotel vernoemd appartementencomplex. Johannes van Hees werd geboren in Meerssen op 24 april 1922 en overleed in Hamburg op 24 december – kerstavond – 1944. Als hij overlijdt is Meerssen al drie maanden bevrijd. Er is helaas niet veel bekend over Johannes. Werd hij Johannes, Hans of Jan genoemd? Hij zou van beroep huisschilder zijn geweest. Maar wat had hij aan opleiding genoten, had hij hobby's, had hij een vriendin? Werkte hij voor zichzelf, voor een baas? Woonde hij nog thuis? Wie waren zijn vrienden?
In de Arolsen Archives (een veelomvattend documentenarchief van de Duitse concentratie- en vernietigingskampen) is een formulier aangetroffen dat betrekking heeft op zijn overlijden. Daar heet hij 'Landarbeiter', mogelijk omdat hij voor de nazi's op het land moest werken. Van Hees werd in Meerssen gearresteerd op maandag 8 mei 1944, een maand voor de invasie op de Franse stranden. Hij is in het bezit van door geallieerde piloten afgeworpen pamfletten en een portret van het koningshuis. De grote vraag is natuurlijk hoe de nazi's bij Johannes van Hees zijn uitgekomen.
Hoe verliep zijn arrestatie? Welke rol speelde hij voor die 8ste mei? Werkte Van Hees voor het verzet? Hier worden geen directe aanwijzingen voor gevonden. Wel slaat op dinsdag 9 mei – de dag na zijn arrestatie - de Sicherheitspolizei een grote slag in de regio Maastricht. Ze arresteert dan – na verraad door de Maastrichtse Gonnie Zeguers-Boere - een groot aantal mensen uit de gelederen van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (L.O.). Maar de naam van Van Hees komt in de literatuur daarover niet voor. Na zijn arrestatie gaat hij op transport naar kamp Amersfoort. Daar wordt hij onder Häftlingsnummer 13950 ingeschreven. In de maand augustus is hij een aantal weken ziek, zo blijkt uit papieren van kamp Amersfoort. Hij verblijft er tot omstreeks 9 oktober 1944 en gaat dan op transport met de bestemming Hamburg. Vandaar wordt hij naar concentratiekamp Neuengamme gebracht, waar hij op 14 oktober 1944 arriveert.
Hij overlijdt - 22 jaar oud - op 24 december 1944 in Hamburg-Hammerbrook, Arbeitslager Spaldingstrasse, zoals op zijn overlijdensformulier staat vermeld. Hij heeft dan nauwelijks twee maanden zwaar werken achter de rug. Hij zou gestorven zijn aan enterites. Daarover zegt het boek Nederlanders in Neuengamme: 'In de bewaard gebleven dodenboeken van Neuengamme (de registratie van overleden gevangenen) staan verschillende ziekten waaraan gevangenen zijn gestorven: enteritis, tuberculose, dysenterie, hartfalen, enz. Dat is verhullend. De ware doodsoorzaak is vrijwel altijd te wijten aan de abominabele omstandigheden in het kamp. Bovendien zijn de gegevens volledig onbetrouwbaar. Vaak werd er in de registratie maar wat opgeschreven.' Johannes van Hees ligt begraven op het Nederlands ereveld Hamburg-Ohlsdorf.
Beekstraat 22a - Henri Hubertus Schepers
Aan de Beekstraat bij het toenmalige pand met nummer 22 wordt een steentje gelegd voor Henri Hubertus Schepers, geboren te Elsloo op 14 oktober 1914. Henri Schepers is kleermaker en woonde bij zijn werkgever, kleermaker Albert Joris(sen). Hij is de zoon van sigarenmaker Nicolaas Schepers uit Elsloo, die is getrouwd met Maria Margaretha Cremers, ook afkomstig uit Elsloo. Henri komt uit een gezin met tien kinderen. Als de oorlog begint, is hij 25 jaar en ongehuwd. Hij is keeper van het eerste elftal van voetbalvereniging Marsana in Meerssen.
In 1943 wordt Schepers tewerkgesteld in Aken. Vandaar vlucht hij naar België en begeeft hij zich meteen in het verzet: de Witte Brigades. Hij werkt voor verzetsgroepen in Luik en Tongeren en is er bekend als Harrie en/of De Wit.
Ook over Henri weet de Werkgroep Stolpersteine weinig. Hij is een jongen uit Elsloo, maar waarom staat er Meerssen als laatste woonadres in de papieren? Hoe goed was hij als keeper? Was hij een goede kleermaker, was het een vrolijke kerel? Ging hij uit in het dorp, welke cafés bezocht hij? Was hij gelovig? En ook interessant, vooral ook in het licht van hoe hij aan zijn einde komt: kende hij Johannes van Hees van de Kruisstraat? Dat was praktisch bij hem om de hoek.
Schepers moet zijn werk in het verzet met de dood bekopen. Hij loopt op 18 augustus 1944 in de val die de Sicherheitspolizei voor hem heeft opgezet in het Paviljoen, een café in Meerssen (waar willen we graag weten!).
Hij werd verraden door Gonnie Zeguers-Boere, dame van plezier in het Maastrichtse en tevens smokkelaarster die met het verraad haar nering veilig meende te kunnen stellen. Ze genoot bescherming van een van haar liefjes, Richard Nitsch van de Sicherheitspolizei en ze wilde dat graag zo houden.
In het Limburgs Dagblad van 16 november 1948 staat een artikel met de volgende inhoud:
'Richard Nitsch rekenschap gevraagd over menige laffe moord – Dodelijke schoten in Paviljoen te Meerssen –.Inzake de moord in het Paviljoen te Meerssen worden als getuigen gehoord Peter Huls, chauffeur te Eygelshoven en de kastelein dhr. J.L.M. Franssen uit Meerssen. Mevr. Franssen, de derde getuige, kon niet aanwezig zijn. Op de bewuste dag zaten in genoemd café H.H. Schepers, getuige Huls en vrouw Zeguers-Boere, heimelijk in dienst van de S.D. Van deze laatste wordt een schriftelijke verklaring voorgelezen. De S.D. drong het café binnen, en vlak na het bevel 'handen omhoog' werd Schepers neergeschoten door Nitsch. Schepers bleek in het bezit van een revolver en zou niet tijdig de handen omhoog gestoken hebben. Over de kwestie, of Nitsch terstond nog eens heeft geschoten, ofwel na een zekere pauze Schepers een genadeschot gaf, spreekt Nitsch de getuige Franssen tegen. Merkwaardig is, dat Zeguers-Boere getuige Huls verzocht had iets anders te gaan zitten, zodat, na achteraf bleek, deze niet in de vuurlijn tussen de deur en Schepers zat'.
Gonnie Zeguers-Boere werd na de oorlog veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf en T.B.R. Henri Hubertus Schepers ligt begraven op het Nederlands Ereveld te Loenen (vak A, graf 563).
Heirweg 2 - Guido Droitcourt
Midden jaren dertig van de vorige eeuw komt de twintigjarige Guido Droitcourt, een in Berlijn-Pankow geboren Fransman, met zijn moeder, stiefvader en halfbroer in Geulle wonen. Als het gezin in 1939 naar Portugal vertrekt vanwege de oorlogsdreiging, blijft Guido achter om te zorgen voor verkoop van huis en boedel. Hij zal later volgen. Maar dan begint in mei 1940 de oorlog.
Guido is actief in de lokale luchtbeschermingsdienst. In de winter van 1940-1941 laat hij in zijn directe omgeving weten naar Engeland te willen. Via een kennis - Sjef Thijssen - komt Guido op carnavalsmaandag in contact met douanier Hage uit Maastricht, die aan de Bilzerbaan woont. Hage is lid van verzetsgroep (Pierre) Dresen. Ook Droitcourt sluit zich daarbij aan. Hij biedt onder andere hulp aan neergeschoten geallieerde piloten, die terug willen naar Engeland. Ook gaat het verhaal, dat hij de seinsleutel van het Duitse luchtafweergeschut heeft onderschept. Tevens hielp hij – hij was in het bezit van een typemachine - bij de productie van het verzetsblad Oranje Koerier.
Op 1 november 1941 rolt daarvan het eerste exemplaar uit de stencilmachine. Het tweede nummer verschijnt op 20 november en dat is ook het laatste. Groep Dresen is verraden, wordt opgerold door Nitsch – die we ook kennen van de aanhouding met fatale afloop van Henri Schepers in 1944 - van de Sipo (Sicherheitspolizei). Op 1 december werden Guido Droicourt en 18 anderen gearresteerd.
De zaak tegen hen dient op 17 april 1942. Guido Droitcourt komt na een verblijf in kamp Amersfoort op 30 oktober 1942 aan in Neuengamme. Hij sterft – 27 jaar oud met kampnummer 11924 - op 19 februari 1943. In zijn akte van overlijden staat dat hij om 6:30 uur gestorven is. Doodsoorzaak: 'Versagen von Herz und Kreislauf bei Magen- und Darmkatarrh.' We hebben (nog) niet kunnen achterhalen waar Guido Droitcourt begraven ligt.
Humcoverstraat 74 - Bertha Zeligman
Ze is vertrokken met de trein', vertelt de huidige bewoonster van het pand aan de Humcoverstraat: 'Ze is niet opgepakt.' Met 'ze' bedoelen ze Bertha, de zus van Salomon Zeligman die aan de Markt in Meerssen woont en daar een slagerij heeft.
Bertha Zeligman wordt in 1875 geboren. Drie oudere broers, zussen overlijden voor de oorlog. Zij en de vier andere kinderen die nog volgen, komen om in de kampen. Bertha in Sobibor, Carolina, Adolf, Salomon en Louis in Auschwitz.
Bertha is geboortig van Meerssen, maar vertrok op 26 juni 1925, 50 jaar oud, naar Den Haag. Het is niet bekend waarom ze op 1 september 1932 weer terugkomt. Waarschijnlijk koopt ze het huis aan de Humcoverstraat 74 en gaat ze daar wonen. Van het huis is bekend dat het gedwongen voorlopig verkocht wordt op 22 oktober 1942 en definitief op 15 februari 1943. Bertha blijft bij de huurder van het pand in pension.
In de loop van januari 1943 krijgen alle burgemeesters in Limburg de opdracht de Duitsers te laten weten welke 'Volljuden' nog in hun gemeente ingeschreven zijn. Op 5 februari stuurt de burgemeester van Meerssen zijn overzicht. Ook moet hij melden welke joodse mensen uitstel van evacuatie, afvoer, 'Umsiedlung' hebben en waarom. Ziekte is voor de Duitsers eerder een reden geweest enkele van hen weer naar huis te sturen, nadat ze waren opgepakt of zich hadden gemeld. Over Bertha schrijft hij: 'Ist krank und kann sehr beschwerlich gehen. Leidet an Gelenkrheumatismus, 67 Jahre alt.'
Begin april is duidelijk dat er weer Joodse mensen op de nominatie staan vanuit gemeenten in Limburg afgevoerd te worden. Op 6 april gaat bij de politie een bericht rond dat 'de in sommige gemeenten thans reeds aangevangen gedwongen evacuatie van Joden naar Vught (......) niet voor 8-4-43 dient te worden uitgevoerd. Men moet echter Joden die uit zichzelf zo snel mogelijk naar Vught willen verhuizen, zulks niet verhinderen.'
Bertha vertrekt dus op eigen gelegenheid naar station Meerssen naar Maastricht. De burgemeester laat de gewestelijke politiepresident in Eindhoven per telegram weten: 'vertrek joden alhier normaal zonder stoornis verlopen.' Ook Bertha wordt op 12/13 april 1943 naar kamp Vught gebracht. Ze gaat op 11 mei op de trein naar Westerbork en van daaruit naar Sobibor, waar ze op 14 mei wordt vermoord/vergast.
Sint Josephstraat 5 - Familie Zeligman
Aan het begin van de oorlog woont Albert Zeligman, getrouwd met Eva Wolff in het huis St. Josephstraat 5 in Meerssen. Zij hebben twee kinderen: Herbert en Hildegard. Bij hen woont in Salomon Zeligman, een oom van Albert. Albert runt er een slagerij.
Er is niet veel bekend over Salomon Zeligman. Hij staat ingeschreven als koopman en wordt in het Meerssense 't Neunkske genoemd. Op 12/13 april 1943 wordt hij naar kamp Vught gebracht. Vandaar gaat hij op 9 mei 1943 op transport naar Westerbork en twee dagen later al door naar Sobibor waar hij op 14 mei wordt vermoord/vergast. Waarschijnlijk is hij direct vanuit de trein naar de gaskamer gestuurd. Sobibór was namelijk enkel opgezet om gevangenen zo snel mogelijk te vermoorden. De meesten stierven op de dag van aankomst. Salomon was bijna 77 toen hij arriveerde, te oud om nog te werken.
Albert en Eva Zeligman overleefden de oorlog. Zij waren van februari 1943 tot september 1944 ondergedoken op de zolder bij Joseph en Anna Mommers. Zij hadden een paar honderd meter van de slagerij op de hoek van de Bunderstraat en de (nu) Charles Eijckstraat een bakkerij. Mommers had tegen Albert gezegd dat hij en Eva zich konden melden als hij vreesde opgepakt te worden. Tot de bevrijding in 1944 blijft dat een van de best bewaarde geheimen van Meerssen in de Tweede Wereldoorlog. Behalve de bakker en zijn vrouw waren er maar enkele anderen die wisten dat zij daar ondergedoken zaten. Aan de familie Mommers is in september 2019 - 75 jaar na de bevrijding van Meerssen - postuum de Marsna Erepenning toegekend.
De kinderen Herbert en Hildegard Zeligman worden op 25 augustus 1942 door de Nazi's thuis opgehaald. Dat is een emotionele gebeurtenis waar de buurt voor uitloopt. Hilde zou overigens voordat ze werd gedwongen in een vrachtauto te stappen nog 'Leve de koningin' hebben geroepen. Aan de overkant van de straat - bij de Ketel - staat een grote groep jongeren. Herbert en Hilde zijn lid van de jonkheid van de Bunderstraat. Herbert vertaalde altijd de Franse verslagen van de Tour de France-etappes, die hij dan op het etalageraam van de slagerij plakte. Ze horen erbij. Er wordt gehuild. De omstanders voelen aan 'dat er iets ergs te gebeuren staat'. Een paar NSB-ers staan erbij te lachen.' Herbert en Hilde gaan op 28 augustus vanuit Westerbork op transport. Hildegard wordt al op 31 augustus vergast, terwijl Herbert nog leeft tot 15 december 1943, ongetwijfeld onder erbarmelijke omstandigheden.
Markt 28 - Familie Zeligman
Net als zijn (achter)neef Albert, drijft Salomon Zeligman een slagerij, en wel aan de Markt in Meerssen. Salomon is getrouwd met Mathilde Lichtenstein. Ze hebben vier kinderen die nog thuis wonen: Adolf, Joseph, Martha en Jeannette. Net als de kinderen Hildegard en Herbert van de familie Zeligman van de St. Josephstraat worden ze op 25 augustus 1942 door de Nazi's opgehaald. Met dezelfde vrachtwagen. Het is kermis op de Markt. Joseph is daar niet bij. Hij heeft het onheil niet afgewacht en is naar België gevlucht. Mensen uit de buurt zijn toe komen lopen. Het zijn er veel. Ze roepen naar de Duitsers dat ze 'die mensen met rust moeten laten'. Een van hen weet langs de Duitsers te glippen en Martha nog even te omhelzen.
'De spullen die ze meenamen, worden achter ze aan de vrachtwagen in gesmeten.' Als de vrachtwagen wegrijdt, zwaaien ze. 'Men dacht: Die komen nooit meer terug.' Er is een bericht van de chef Hulpsecretarie van kamp Westerbork dat ze op 25 augustus 1942 (....) zijn afgevoerd 'naar het buitenland'.'
Jeannette en Martha Zeligman
Jeannette en Martha Zeligman komen eind augustus aan in Auschwitz, waar ze op 31 augustus in de gaskamer worden vermoord.
Adolf Zeligman
Adolf Zeligman overleeft de eerste selectie bij aankomst en moet voor de Duitsers aan het werk en komt in de loop van 1943 om het leven: ergens in Midden-Europa.
Salomon Zeligman
Op zijn stamkaart bij de Joodse Raad staat over Salomon Zeligman dat hij op 1 april 1944 vanaf de Gasthuisstraat 19 arriveert in Westerbork, en ondergebracht wordt in barak 6. In hetzelfde archief zit een kaart met daarop 5 april 1944 als datum waarop hij op transport gaat.
Mathilde Zeligman
Volgens haar stamkaart bij de Joodse Raad arriveert Mathilde Zeligman al op 15 januari 1944 in Westerbork (barak 65). Ook zij gaat op 5 april 1944 op de trein naar Auschwitz. Ze zijn dan dus sinds 30 oktober 1943 gescheiden wegen gegaan en op die vijfde april 1944 voor kort herenigd. Drie dagen later zijn ze dood: vermoord.
Joseph Zeligman
Joseph Zeligman wordt lid van het verzet in België. Zijn gezicht is bekend bij de Duitsers, omdat een Rothemse politieagent in het ouderlijk huis zijn portret van de muur heeft meegenomen. Hij loopt de rest van de oorlog met een wapen op zak, bereid het te gebruiken. Hij overleeft de oorlog en keert op 11 juni 1945 terug in Meerssen, trekt tijdelijk in het pand aan de Markt 26 totdat op 1 augustus 1945 het ouderlijk huis aan de Markt 30 voor hem weer beschikbaar komt. Hij probeert de slagerij nieuw leven in te blazen maar dat lukt niet. Hij woont er nog tot maart 1948 en vertrekt dan naar Huizen waar hij in 1971 overlijdt.