Nieuwsbericht Toespraak Nieuwjaarsreceptie

Publicatiedatum: 04 januari 2018 14.05 uur

Nieuwjaarsreceptie
Nieuwjaarsspeech burgemeester Mirjam Clermonts-Aretz

Uitgesproken tijdens de nieuwjaarsreceptie op woensdag 3 januari 2018

Dames en heren,

Ik heet u, namens het voltallige college van Meerssen van harte welkom.

Geachte dames en heren, lieve Meerssenaren,

We leven in een paradoxale wereld. Enerzijds zijn er de algehele verruwing van omgangsvormen en de nodige  integriteits-vraagstukken. Anderzijds is onze gevoeligheid over tal van maatschappelijke vraagstukken toegenomen. Harde maatschappij, gevoelige discussies en vooral persoonlijke discussies, zo lijkt het.

Neem ons Parlement. Vroeger sprak men van parlementair taalgebruik als je iets gewichtig en omgeven met een zekere waardigheid wilde vertellen. Tegenwoordig lijkt het of de straattaal zijn weg heeft gevonden naar het pluche van onze volksvertegenwoordiging. "Doe normaal man. Doe zelf ff  normaal."  Dit soort kreten lijken inmiddels tot het 'Haagse' vocabulaire te behoren.

En helaas: ook in de raadzaal valt er weleens iemand uit de toon.  Formele omgangsvormen lijken te vervagen, fatsoensnormen zelfs helemaal te verdwijnen.

Dat vind ik jammer.  Voor de duidelijkheid: niét omdat ik terug wil naar het stijvere tijdperk en taalgebruik van het Polygoon-journaal. Máár wel, omdat we naar mijn mening doorschieten in onze hang naar normaal doen.  Het normale  wordt de norm, zonder dat we weten wat normaal is.

Neem de normale Nederlander, waar politiek Den Haag zo mee schermt. Iedereen kent hem of haar, maar niemand weet wie het is. Wat we wel denken te weten, is dat de doorsnee burger – oftewel mevrouw Janssen van de Dahliastraat – het op prijs stelt dat bestuurlijk Nederland niet al te moeilijk doet. Of dit een rechtvaardiging vormt om elkaar verwensingen naar het hoofd te slingeren, waag ik echter ten zeerste te betwijfelen. Dát taalgebruik hoort niet thuis op de plek waar de volksvertegenwoordiging huist. Dat geldt voor Den Haag evenzo als voor ónze gemeente.

Fatsoen is niet ouderwets. Fatsoen is juist wat onze beschaving tekent. Waardigheid verdient ook een waardig taalgebruik. De publieke zaak heeft recht op méér dan platte praatjes en beledigingen. Respectvol samenwerken, ook in de politiek.

Duidelijk zijn - of hard spelen op de zaak - is soms noodzakelijk. Maar dat is iets anders dan het recht claimen om elkaar te schofferen of te beschadigen.

Grenzen vervagen. De wereld van een aantal jaren geleden was, dat durf ik wel te stellen, overzichtelijker.

Voor de jongeren onder ons: dat waren de jaren dat er slechts twee soorten mensen bestonden: mannen en vrouwen. Tegenwoordig is daar de categorie 'transgenders' bijgekomen. De regenboogkleuren staan hier symbool voor. Zelfs Zwarte Piet krijgt steeds meer kleur in zijn gezicht!

Misschien zouden meer mensen de 'Werdegang' van Zwarte Piet moeten volgen en zich ruimer schikken naar de geest van de huidige tijd. Een tijd waarin we niet simpelweg voorbijgaan aan gevoeligheden, maar er oog voor hebben, en er op een volwassen manier over discussiëren.

De realiteit van vroeger is niet langer de werkelijkheid van vandaag. De tijd is complex. Maar wel uitdagend, interessant en prikkelend. Feit is dat veranderingen zich tegenwoordig steeds sneller opvolgen.

Dat vraagt van ons allen een open houding en vooral een open geest, ook naar jonge mensen. Onze gouverneur Theo Bovens sprak daar gisteren ook over tijdens zijn nieuwjaarspeech.

Dames en heren, In de 19e eeuw stelde de Duits-joodse dichter Heinrich Heine: "Als het einde van de wereld nadert, moet je naar Nederland gaan. Want daar gebeurt alles vijftig jaar later."

Inmiddels lopen we in ons kikkerlandje behoorlijk voorop en horen we -  om het eens hip te zeggen- tot de early adopters. Snelheid is een van onze kernkwaliteiten geworden. En daarbij gaan we al gauw over tot de hoogste versnelling.

Dat snelheid een belangrijk gegeven is, kunnen we vragen aan Max Verstappen of Tom Dumoulin.

De hoge versnelling is een metafoor voor de ontwikkelingsgang die de provincie Limburg op tal van gebieden heeft doorgemaakt. We zijn niet meer de slechtste leerling van de Nederlandse schoolklas, maar we behoren inmiddels tot de gangmakers. We gaan - als ik de cijfers mag geloven - als een speer.

Snelheid staat wat ons Limburg betreft ook voor kwaliteit, bekwaamheid en passie.

Hoewel ik denk dat we op sommige terreinen – neem de discussie over herindelingen in Zuid-Limburg - gebaat zouden zijn met juist iets meer traagheid en reflectie.

Maar op tal van andere gebieden is snelheid zeker essentieel. Bij de aanrijtijden van de hulpdiensten bijvoorbeeld is snelheid van levensbelang. Toch schiet volgens recent onderzoek de politie van het Heuvelland op dat gebied enigszins tekort.

Laat ik vooropstellen dat ik als lid van de regionale veiligheidsdriehoek Heuvelland mijn waardering uitspreek voor de inzet van ons politieapparaat. Ook aan de ingevoerde verbetermaatregelen ligt het niet.

Waarom wij dan de landelijk normen wat betreft aanrijtijden niet halen?  "Zo klaar als een klontje" zeg ik dan.  Omdat de omstandigheden in ons uitgestrekte Limburg heel anders zijn dan in de dichtbevolkte Randstad. Bovendien hebben wij meer buitenlandse dan binnenlandse grenzen.  Hetgeen - zoals u weet - heel wat grensoverschrijdende criminaliteit met zich meebrengt. Bovendien kampen we met krapte binnen de totale capaciteit van het Limburgse politiekorps.

Hiermee zeg ik niet dat we dit maar gewoon moeten accepteren en onze hooggestemde ambities moeten bijstellen. Maar ik wens me niet zondermeer neer te leggen bij een koude, cijfermatige constatering dat we tekortschieten. Ik wil hierover, samen met mijn collega's van de andere Heuvellandgemeenten, het gesprek aangaan met de minister of korpschef. Wij hebben ervaringen en ideeën die juist van belang kunnen zijn voor de rest van Nederland.

Als middelpunt van Europa zijn de verbindingen met Brussel en zeer zeker ook de verbinding met ons eigen Den Haag van groot belang.

Want in de komende jaren zullen we in Den Haag nóg meer op de trom moeten slaan.

Wat we ook verder gaan uitwerken de komende periode is de wijze waarop we de samenwerking met onze buurgemeenten verder kunnen concretiseren. Den Haag en Brussel zijn belangrijk, maar het zijn eerder verre vrienden dan dierbare buren.

Het is een open deur, maar de gemeente Meerssen staat niet alleen. Toch constateer ik in de discussie over samenwerking en zelfs herindeling hetzelfde paradoxale sentiment dat ik ook ervaar bij de verharding van onze omgangvormen binnen het openbaar bestuur.

Enerzijds zijn we via het world wide web verbonden met de hele wereld, anderzijds trekken we ons meer dan in het verleden terug binnen nieuw opgetrokken stadsmuren. We vliegen voor lange weekendjes de wereld over, maar we lijken bang geworden voor onze buurman of buurvrouw.

Ook onze buurgemeenten boezemen ons angst in, zo lijkt het. We zijn – om het eens bewust cru te zeggen- navelstaarders geworden.

Ik denk dat het belangrijk is dat we inzien dat we enkel in gezamenlijkheid sterk staan. Gezamenlijk, maar met behoud van ieders eigen identiteit en kwaliteit. Als het elders in het Heuvelland of Maastricht regent,  zouden we hier toch blij moeten zijn voor de druppels die we opvangen. En omgekeerd geldt natuurlijk hetzelfde. We moeten leren elkaar iets te gunnen. Niet enkel op het voetbalveld, op de kegelbaan of de schutterswei. Maar met name ook bij het gezamenlijk  versterken van ons economisch-recreatief perspectief. Een cliché: Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder.

Ook zullen we realistisch moeten zijn. Zijn wij de komende tien tot vijftien jaar nog wel toegerust om volledig zelfstandig te blijven bestaan? Dames en heren, we zouden als bestuurders geen knip voor de neus waard zijn, als we deze discussie niet in alle openheid durven te voeren.

We zijn het naar de toekomst toe verplicht om kritisch te kijken naar ons bestaansrecht in de huidige vormen. De gemeenteraadsverkiezingen op 21  maart zijn daarvoor het uitgelezen moment.

De nieuwe raad moet hier straks belangrijke vervolgstappen en besluiten over nemen. En neemt u van mij aan: Meerssen blijft altijd Meerssen.

Datzelfde geldt voor Bunde, Geulle, Rothem en Ulestraten.

De eigenheid van een gemeente, gehucht of stad laat zich niet begrenzen door een ambtelijke of bestuurlijke indeling. Identiteiten liggen verankerd in de harten van mensen. Daar kan zal een op de landkaart getrokken grens niets aan veranderen.

Wat betreft de toekomst van onze gemeente bevinden we ons in de onderzoeksfase. Organisatieadviesbureau Berenschot komt deze maand met een openbaar rapport. Ik kan u alvast laten weten dat de kracht van Meerssen op het gebied van onze gemeenschapszin niet onopgemerkt is gebleven. Die gemeenschap, dat gevoel van verbondenheid, dát is onze schat. Een schat die we moeten koesteren; zeker in tijden waarin de onderlinge samenhang – parlementair vaak uitgedrukt als: de sociale cohesie - het elders soms moeilijk heeft. Meerssen scoort juist op dat gebied. Meerssen is een gemeenschap van de menselijke maat.

Dames en heren,
Ik wens u en mezelf ook in 2018 veel droomkracht toe. Droomkracht en speelse verbeelding die ervoor zorgt dat de hele regio groeit en bloeit. Er ligt een duidelijke ambitie om 'makers and creators' aan het Heuvelland te binden. We hebben, om het populair te zeggen, behoefte aan innovatieve daadkracht. Als de regio sterk is, is ook onze gemeente sterk. We zijn samen meer dan de som van onze individuele krachten.

Het hebben van dromen en het maken van vergezichten is van levensbelang voor deze regio in het algemeen en voor onze gemeente in het bijzonder. Graag citeer in dit verband de Oostenrijkse kunstenaar en architect Hundertwasser. Hij was buiten een inspirerend kunstenaar ook een man die zich veel bezighield met het wel en wee van mens en natuur. Zijn woorden zouden ons tot voorbeeld kunnen strekken: "Wenn einer allein träumt, ist es nur ein Traum. Wenn viele gemeinsam träumen, ist das der Anfang einer neuen Wirklichkeit."

Dat gun ik ons allemaal: een nieuwe werkelijkheid die we samen gestalte geven. Een nieuwe werkelijkheid met respect voor elkaars zienswijzen.  Ook hoop ik dat we in gezamenlijkheid de toekomst van onze mooie gemeente en die van onze evenzo mooie regio gestalte kunnen geven.

Droomkracht brengt ons verder. Ik heb het niet over het bouwen van utopische luchtkastelen of het maken van gebouwen zoals Hundertwasser dat deed. Nee: ik heb het over alledaagse dromen waarin wij het beste wensen voor onszelf én elkaar.

Waarin wij over de stadsmuren heen kijken en elkaar het beste gunnen. Ook hoop ik dat we mensen elkaar met respect en fatsoen bejegenen. Daarbij neem ik mijn spreekwoordelijke hoed af voor alle mensen die zich voor andermans belang inzetten. Want, dát zijn de mensen die een gemeente tot een gemeenschap maken. Waarbij ik  vooral ook uw aandacht vraag voor de onbaatzuchtige inzet van de vele mantelzorgers en vrijwilligers, die zich inzetten voor hun naasten of ons rijkgeschakeerde verenigingsleven. Hoeveel energie dat geeft, hoe waardevol dat is, ook voor jezelf als mens, heb ik afgelopen zomer aan den lijve mogen ervaren tijdens mijn 'maatschappelijke stages' bij  Zorgcentra Beukeloord, Wilgenhof en Ave Maria, en bij Kindervakantiewerk Bunde, Geulle en Meerssen. Er zijn voor elkaar: ik heb ervan genoten! En heeft u komende zomer nog een handje hulp nodig, dan hoor ik dat graag!

Als iedereen zijn of haar steentje bijdraagt, dan vormt deze gemeente het begin van een nieuwe werkelijkheid. Meerssen, dat zijn wíj.... samen!

Dames en heren, ik wens jullie allemaal een gezond, gelukkig, succesvol en een droomrijk 2018 toe.

De geschreven tekst kan enigszins afwijken van de uitgesproken tekst

Fotoverslag nieuwsjaarsreceptie: www.meervandaag.nl  

Foto bovenaan deze pagina: Karel Curvers, Meer Vandaag