Gemeente Meerssen | Tijd om ons voedsel te voeden

Nieuwsbericht Tijd om ons voedsel te voeden

Gepubliceerd op: 15 februari 2022 15:20

LLTB
Het is februari. De eerste maand van het jaar waarin agrariërs mest mogen uitrijden. Het uitrijden van de mest is via de meststoffenwet gebonden aan strenge regelgeving. Tijd om eens stil te staan bij de basis van dit belangrijke thema.

Dit is een bericht van de LLTB

Dieren produceren mest. Die wordt vervolgens op het land verdeeld om gewassen te laten groeien; gewassen die op hun beurt weer dienen als voedsel voor mens en dier. Voeding voor ons voedsel, zogezegd. Deze gesloten kringloop binnen de moderne landbouw bestaat al eeuwenlang.

75 procent minder uitstoot

Elke vier jaar bepaalt de overheid de periode en hoeveelheid mest die per hectare mag worden gebruikt. Dit jaar is de zogenoemde uitrijdperiode gestart op 1 februari voor stalmest (mest met stro) en op 16 februari voor drijfmest (vaste en vloeibare mest). De agrariër mag tot 31 augustus de weilanden - en tot 15 september de akkers - bemesten. Vanaf 1 augustus mogen de akkers alleen nog voor de helft worden bemest, indien er een groenbemester wordt geteeld. De stalmest wordt als eerste over het land verdeeld, zodat deze zo snel als mogelijk opgenomen kan worden door de grond. De drijfmest wordt met een zodenbemester (machine) enkele centimeters diep in de bodem ingebracht. Dit heeft als voordeel dat de ammoniak uitstoot met 75 procent wordt verminderd. Kunstmest met stikstof mag alleen worden gestrooid tussen 1 februari en 15 september.

Ook de hoeveelheid op het land te verspreiden mest is in de wet vastgelegd. De veehouder moet daarvoor elk jaar een bemestingsplan maken. Globaal kan een melkveehouder met de mest van twee koeien een hectare grond bemesten. Op die hectare groeit voldoende voer om deze twee koeien te kunnen voeden.

Kringloop in balans

Dierlijke mest bevat voldoende voeding om de gewassen goed te laten groeien. Door regelmatig een grondmonster te nemen, kan de agrariër zien welke voedingsstoffen nog aangevuld moeten worden met kunstmest. Ook van de voedergewassen worden monsters genomen om de voedingswaarden te meten. Op basis van deze metingen kunnen eventuele tekorten via mineralen in het voer van de dieren worden aangevuld. Hierdoor blijft de kringloop in balans.

Kalenderlandbouw

Wat de perfecte hoeveelheid voeding is, is afhankelijk van de grondsoort, het gewas en het weer. Landelijke regels met vaste hoeveelheden en vooraf bepaalde data missen wat boeren en tuinders betreft hun doel. De natuur laat zich hier immers niet leiden door kalenderlandbouw. In plaats van regels op regels vraagt de agrariër een omslag in het denken van de overheid: zet in op het vakmanschap van de boer en tuinder, zodat zij de bodem die ze als geen ander kennen, goed kunnen beheren. Dat is goed voor ons voedsel, de bodem en waterkwaliteit.