Terug
Snelzoeken

Nieuwsbericht Struikelstenen: op 5 november worden Stolpersteine in Meerssen geplaatst

Gepubliceerd op: 23 juni 2020 08:50

Stolpersteine
Ook in de Gemeente Meerssen zijn inwoners slachtoffer geworden van de verschrikkingen van het Naziregime tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat waren vooral Joden, Roma en Sinti, maar ook politieke tegenstanders. Om de slachtoffers te herdenken worden op 5 november 2020 Struikelstenen in Meerssen geplaatst.

Struikelstenen

Struikelstenen zijn koperen steentjes van 10 bij 10 cm die in het trottoir voor de toenmalige woning worden gelegd. In de steentjes zijn de gegevens van de slachtoffers gegraveerd. De werkgroep Struikelstenen Meerssen heeft zich over het thema gebogen. Na onderzoek met medewerking van Heemkundeverenigingen Meerssen en Geulle is komen vast te staan dat in de gemeente Meerssen 15 slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog in aanmerking komen voor een Struikelsteen.

5 november 2020

De initiator van het mondiale project Struikelstenen - Günther Demnig - komt voor het plaatsen van de Struikelstenen op 5 november aanstaande naar Nederland. Daarom kan het leggen van de stenen ook dan pas plaatsvinden. Reden hiervoor is dat de heer Demnig altijd bij de eerste legging van een Struikelsteen aanwezig wil zijn en dat dit ook als een voorwaarde voor het verkrijgen van de stenen wordt gesteld.

Deel uw herinneringen

Periodiek besteedt de werkgroep Struikelstenen in de Geulbode en op deze website aandacht aan de adressen en mensen die er woonden waar in november 2020 struikelstenen komen te liggen. Ook hoopt de werkgroep dat de serie herinneringen losmaakt die inwoners van de gemeente met haar willen delen. Wilt u dit doen, mail dan uw bijdrage aan: stolpersteinemeerssen@gmail.com.

In de vorige publicaties is aandacht besteed aan Hubertus van Hees (Kruisstraat 4), Henri Schepers (Beekstraat 22a), Franciscus Henderson (Weert 47, Weert) en Guido Droitcourt (Heirweg 2 Geulle). Allen werden slachtoffer werd van het Naziregime.

In deze bijdrage voor het eerst aandacht voor de Joodse slachtoffers uit de gemeente Meerssen: Bertha Zeligman was een van hen. Na de zomervakantie volgen enkele bijdragen over de families Zeligman van de Markt en van de Sint Josepstraat (die tijdens de oorlog nog Weerterbroekstraat heette). Na de zomervakantie wijdt Meer Vandaag TV nog een aantal afleveringen aan de slachtoffers waarvoor Demnig Stolpersteine legt.

HUMCOVERSTRAAT 74 MEERSSEN

'Ze is vertrokken met de trein', vertelt de huidige bewoonster van het pand aan de Humcoverstraat: 'Ze is niet opgepakt.' Ze is Bertha en is een zus van Salomon Zeligman die woont aan de Markt in Meerssen en daar een slagerij heeft. Bertha is de dochter van Mendel Zeligman (geboren op 8 juli 1840) die op 14 september 1864 is getrouwd met Julia Andres (geboren op 6 december 1840), dan dienstbode in Schimmert en Meerssen. Bertha is hun vijfde kind.

Ze wordt in 1875 - elf jaar na het huwelijk van haar ouders - geboren. Haar broer Salomon is het zevende kind van de acht van Mendel en Julia. De twee oudste, Jozef en Sophia, overlijden al voor de oorlog begint, het derde kind krijgt geen naam, het wordt dood geboren. Alle vijf de kinderen die nog volgen, komen om in de kampen. Bertha in Sobibor, Carolina, Adolf, Salomon (van de Markt in Meerssen) en Louis in Auschwitz.

Bertha is geboortig van Meerssen maar vertrok op 26 juni 1925, 50 jaar oud naar Den Haag. Het is niet bekend waarom ze op 1 september 1932 weer terugkomt. Waarschijnlijk koopt ze het huis aan de Humcoverstraat 74 en gaat ze daar wonen. Van het huis is bekend dat het gedwongen voorlopig verkocht wordt op 22 oktober 1942 en definitief op 15 februari 1943. Bertha blijft bij de huurder van het pand in pension. In de loop van januari 1943 krijgen alle burgemeesters in Limburg de opdracht de Duitsers te laten weten welke 'Volljuden' nog in hun gemeente ingeschreven zijn. Op 5 februari stuurt de burgemeester van Meerssen zijn overzicht. Ook moet hij melden welke joodse mensen uitstel van evacuatie, afvoer, 'Umsiedlung' hebben en waarom. Ziekte is voor de Duitsers eerder een reden geweest enkele van hen weer naar huis te sturen, nadat ze waren opgepakt of zich hadden gemeld. Over Bertha schrijft hij: 'Ist krank und kann sehr beschwerlich gehen. Leidet an Gelenkrheumatismus, 67 Jahre alt.'

Begin april is duidelijk dat er weer Joodse mensen op de nominatie staan vanuit gemeenten in Limburg afgevoerd te worden. Op 6 april gaat bij de politie een bericht rond dat 'de in sommige gemeenten thans reeds aangevangen gedwongen evacuatie van Joden naar Vught (......) niet voor 8-4-43 dient te worden uitgevoerd. Men moet echter Joden die uit zichzelf zo snel mogelijk naar Vught willen verhuizen, zulks niet verhinderen.' Bertha vertrekt dus op eigen gelegenheid naar het station van Meerssen en naar Maastricht. De burgemeester laat de gewestelijke politiepresident in Eindhoven per telegram weten: 'vertrek joden alhier normaal zonder stoornis verlopen.' Ook Bertha wordt op 12/13 april 1943 naar kamp Vught gebracht, gaat op 11 mei op de trein naar Westerbork en van daaruit naar Sobibor waar ze op 14 mei sterft.