Gemeente Meerssen | Stolpersteine in gemeente Meerssen

Nieuwsbericht Stolpersteine in gemeente Meerssen

Gepubliceerd op: 11 april 2022 09:35

Stolpersteine
Op zaterdag 23 april worden -  namens kunstenaar Gunter Demnig - op verzoek van de Werkgroep Stolpersteine bij zeven adressen in de gemeente Meerssen in het totaal zestien Stolpersteine gelegd. Daarmee staan we erbij stil dat tijdens de Tweede Wereldoorlog ook uit onze gemeente medeburgers door de Nazi's werden afgevoerd en vermoord. Omdat ze joods waren of zich tegen de bezetters van ons land keerden.

Familie Zeligman Markt 28

Net als zijn achterneef Albert, drijft Salomon Zeligman een slagerij, en wel aan de Markt in Meerssen. Salomon is getrouwd met Mathilde Lichtenstein. Ze hebben vier kinderen die nog thuis wonen: Adolf, Joseph, Martha en Jeannette. Net als de kinderen van de familie Zeligman van de St. Josephstraat worden ze op 25 augustus 1942 – op de Markt is het kermis – door de Nazi's opgehaald. Met dezelfde vrachtwagen. Joseph is daar niet bij. Hij heeft het onheil niet afgewacht en is naar België gevlucht. Mensen uit de buurt zijn toe komen lopen. Het zijn er veel. Ze roepen naar de Duitsers dat ze 'die mensen met rust moeten laten'. Een van hen weet langs de Duitsers te glippen en Martha nog even te omhelzen.

'De spullen die ze meenamen, worden achter ze aan de vrachtwagen in gesmeten.' Als de vrachtwagen wegrijdt, zwaaien ze. 'We dachten: Die komen nooit meer terug.' Er is een bericht van de chef Hulpsecretarie van kamp Westerbork dat ze op 25 augustus 1942 (....) zijn afgevoerd 'naar het buitenland'.' Jeannette en Martha komen eind augustus aan in Auschwitz waar ze op 31 augustus in de gaskamer worden vermoord. Adolf overleeft de eerste selectie bij aankomst en moet voor de Duitsers aan het werk en komt in de loop van 1943 om het leven: ergens in Midden-Europa.

Op zijn stamkaart bij de Joodse Raad staat over Salomon Zeligman dat hij op 1 april 1944 vanaf de Gasthuisstraat 19 arriveert in Westerbork, en ondergebracht wordt in barak 6. In hetzelfde archief een kaart met daarop 5 april 1944 als datum waarop hij op transport gaat. Volgens haar stamkaart bij de Joodse Raad arriveert Mathilde Zeligman al op 15 januari 1944 in Westerbork (barak 65). Ook zij gaat op 5 april 1944 op de trein naar Auschwitz. Ze zijn dan dus sinds 30 oktober 1944 gescheiden wegen gegaan en op die vijfde april 1944 voor kort herenigd. Drie dagen later zijn ze dood: vermoord.

Joseph wordt lid van het verzet in België. Zijn gezicht is bekend bij de Duitsers omdat een Rothemse politieagent in het ouderlijk huis zijn portret van de muur heeft meegenomen. Hij loopt de rest van de oorlog met een wapen op zak, bereid het te gebruiken. Hij overleeft de oorlog en keert op 11 juni 1945 terug in Meerssen, trekt tijdelijk in het pand aan de Markt 26 totdat op 1 augustus 1945 het ouderlijk huis aan de Markt voor hem weer beschikbaar komt. Hij probeert de slagerij nieuw leven in te blazen maar dat lukt niet. Hij woont er nog tot maart 1948 en vertrekt dan naar Huizen waar hij in 1971 overlijdt.

Martha Zeligman en Jeanette Zeligman

Bertha Zeligman

Ze is vertrokken met de trein', vertelt de huidige bewoonster van het pand aan de Humcoverstraat: 'Ze is niet opgepakt.' Ze is Bertha en ze is een zus van Salomon Zeligman, die woont aan de Markt in Meerssen en daar een slagerij heeft. Ze is de dochter van Mendel Zeligman (geboren op 8 juli 1840), die op 14 september 1864 is getrouwd met Julia Andres (geboren op 6 december 1840), dan dienstbode in Schimmert en Meerssen. Bertha is hun vijfde kind. Ze wordt in 1875 - elf jaar na het huwelijk van haar ouders - geboren. Haar broer Salomon is het zevende kind van de acht van Mendel en Julia. De twee oudste - Jozef en Sophia - overlijden al voor de oorlog begint. Het derde kind krijgt geen naam. Het wordt dood geboren. Alle vijf de kinderen die nog volgen, komen om in de kampen. Bertha in Sobibor, Carolina, Adolf, Salomon (van de Markt in Meerssen) en Louis in Auschwitz.

Bertha is geboortig van Meerssen, maar vertrok op 26 juni 1925 (50 jaar oud) naar Den Haag. Niet bekend is waarom ze op 1 september 1932 weer terugkomt. Waarschijnlijk koopt ze het huis aan de Humcoverstraat 74 en gaat ze daar wonen. Van het huis is bekend dat het voorlopig verkocht wordt op 22 oktober 1942 en definitief op 15 februari 1943. Bertha blijft bij de huurder van het pand in pension.

In de loop van januari 1943 krijgen alle burgemeesters in Limburg de opdracht de Duitsers te laten weten welke 'Volljuden' nog in hun gemeente ingeschreven zijn. Op 5 februari stuurt de burgemeester van Meerssen zijn overzicht. Ook moet hij melden welke joodse mensen uitstel van evacuatie - afvoer 'Umsiedlung' - hebben en waarom. Ziekte is voor de Duitsers eerder een reden geweest enkele van hen weer naar huis te sturen, nadat ze waren opgepakt of zich hadden gemeld. Over Bertha schrijft hij: 'Ist krank und kann sehr beschwerlich gehen. Leidet an Gelenkrheumatismus, 67 Jahre alt.' En: Ze is in pension op Humcoverstraat 74.

Begin april is duidelijk dat er weer Joodse mensen op de nominatie staan vanuit gemeenten in Limburg afgevoerd te worden. Op 6 april gaat bij de politie een bericht rond dat 'de in sommige gemeenten thans reeds aangevangen gedwongen evacuatie van joden naar Vught (......) niet voor 8-4-43 dient te worden uitgevoerd. Men moet echter joden die uit zich zelf zoo snel mogelijk naar Vught willen verhuizen, zulks niet verhinderen.' Bertha vertrekt dus op eigen gelegenheid naar het station van Meerssen. De burgemeester laat de gewestelijke politiepresident in Eindhoven per telegram weten: 'vertrek joden alhier normaal zonder stoornis verlopen.' Ook Bertha wordt op 12/13 april 1943 naar kamp Vught gebracht, gaat op 11 mei op de trein naar Westerbork en van daaruit naar Sobibor waar ze op 14 mei sterft.

Stolpersteine

Op zaterdag 23 april worden om 13.45 uur worden bij het pand Markt 30 in Meerssen zes steentjes gelegd voor Salomon Zeligman, Mathilde Zeligman-Lichtenstein, Adolf Zeligman, Martha Zeligman, Jeanette Zeligman en Joseph Zeligman. Namens de werkgroep Stolpersteine begeleidt Jos Kester de ceremonie.

Even later - om 15.10 uur - wordt bij het pand Humcoverstraat 74 in Meerssen ook een steentje gelegd voor Bertha Zeligman. Bij deze ceremonie zal Piet Schols, namens de werkgroep Stolpersteine gasten en belangstellenden welkom heten.

Fred Zeligman (zoon van Jozef Zeligman) zal samen met zijn twee kinderen op beide plaatsen de steentjes leggen. Een ensemble van leden van het Meerssens Mannenkoor levert op beide plaatsen een muzikale bijdrage en leerlingen van Stella Maris lezen een gedicht en leggen bloemen.

Brochure & expositie in het Erfgoedhuis

Ter gelegenheid van de het leggen van de Stolpersteine in de gemeente Meerssen verschijnt tevens een brochure met de titel 'En dan ....... hoor je er niet meer bij'. Daarin informatie over de omstandigheden waarin de slachtoffers werden afgevoerd en om het leven gebracht, dan wel de oorlog overleefden. Ook is er van zaterdag 23 april tot 5 mei in het Erfgoedhuis aan de Markt in Meerssen (ingang gemeentehuis) een expositie die dezelfde titel heeft als de brochure. De brochure zal vanaf 23 april voor € 5,00 te koop zijn o.a. aan de balie van het gemeentehuis, bij Drukkerij Maenen en bij de expositie in het Erfgoedhuis.

* Stolpersteine zijn onderdeel van een kunstwerk van Günter Demnig. Het is een 'strooisel' van betonnen steentjes over heel Europa in het plaveisel van steden en dorpen, voor de huizen van waaruit de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog mensen die hen niet bevielen meenamen. Dat waren vooral joden, Roma en Sinti, politieke tegenstanders en homoseksuelen. Op elk van de steentjes voor die slachtoffers van Hitler en zijn nazi's ligt een dun, glimmend messing plaatje. Daarin heeft Demnig naam, geboortedatum en plaats van overlijden – meestal een van de werk-, concentratie- of vernietigingskampen – geslagen.

Stolpersteine gemeente Meerssen