Terug
Snelzoeken

Nieuwsbericht Gemeentebegroting 2019-2022

Gepubliceerd op: 09 oktober 2018 10:25

Gemeentebegroting 2019-2022
Op donderdag 8 november vindt de jaarlijkse begrotingsvergadering van de gemeenteraad plaats. Aanvang 09.00 uur. Tijdens deze vergadering bespreekt de raad de Gemeentebegroting 2019 (inclusief doorrekening t/m 2022) en stelt deze vast. Het college van Burgemeester en Wethouders stuurde afgelopen week de conceptbegroting naar de gemeenteraad. Bij de behandeling is het mogelijk dat raadsfracties amendementen (wijzigingsvoorstellen) of moties (nieuwe voorstellen) indienen. De gemeenteraad neemt - als hoogste orgaan van het lokale bestuur - uiteindelijk het besluit over de begroting.

Keuzes

De begroting vormt de leidraad voor de doelen en activiteiten waarvoor het gemeentebestuur verantwoordelijk is. Immers: als de uitvoering van deze activiteiten financieel niet haalbaar is, wordt het uiterst moeilijk - zo niet onmogelijk om doelen te bereiken. Dat vraagt om het maken van keuzes, elk jaar opnieuw. Geeft de gemeente meer uit dan we aan inkomsten ontvangen, dan leidt dat op den duur tot een onhoudbare situatie. Dat is in een huishouden zo, dat is bij ondernemers het geval en dat geldt ook voor een gemeente. Ook in deze conceptbegroting zijn keuzes gemaakt. Deze kunnen helaas pijnlijk zijn waar het een besparing van uitgaven moet opleveren.

Uitkering landelijke overheid

Het bedrag dat de gemeente van de landelijke overheid ontvangt, vormt voor ons de hoofdbron van inkomsten. Dat maakt gemeenten zeer afhankelijk van landelijk beleid. Hoe groot dat bedrag vanuit het rijk is, wordt berekend op basis van de circulaires van de rijksoverheid. Deze komen uit in mei en september. In deze circulaires staan de grondslagen voor de rijksvergoeding aan de gemeente, het zogenaamde Gemeentefonds.

Voor de concept-gemeentebegroting 2019-2022 die nu voorligt, vormt de meicirculaire het uitgangspunt (de circulaire van september kwam te laat binnen om nog te kunnen verwerken). Uit de meicirculaire blijkt dat we meer geld ontvangen dan voorheen. Echter, daar staat tegenover dat er ook weer meer taken naar de gemeente komen. De vraag is in hoeverre de meer-inkomsten parallel lopen aan de uitbreiding van taken. Afgelopen jaren was de rijksuitkering regelmatig ontoereikend voor alle taken die de gemeente moet uitvoeren. Kortom: meer inkomsten via het rijk betekent niet automatisch dat we in een ruimer financieel jasje komen te zitten.

Interbestuurlijk Programma

Er komt namelijk ook een zogenaamd Interbestuurlijk Programma (IBP) voor de gemeente bij. Dit is een programma waarin rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen gezamenlijk optrekken. De budgetten hiervoor worden grotendeels via het gemeentefonds verstrekt. Echter, de opgaven waar de gemeenten in het kader van het IBP voor komen te staan, zijn nog niet duidelijk. In het IBP is een tiental doelstellingen opgenomen. Deze moeten in de komende periode op interbestuurlijk niveau nog uitgewerkt worden, zodat gemeenten concreet weten wat ze hiervoor moeten doen. De middelen hiervoor zijn echter reeds in de gemeentebegroting verwerkt en worden grotendeels 'opgeslokt' door de forse uitgaven in het Sociaal Domein.

Gemeentelijke belastingen

Een andere belangrijke inkomstenbron voor de gemeente zijn de lokale belastingen, heffingen en legeskosten. Na de forse verhoging van de onroerend zaakbelasting (OZB) in 2016 en een verdere stijging in 2017 en 2018 hebben we in de begroting 2019 alles op alles gezet om te komen tot een verlaging. Het uitdrukkelijke streven is om in deze raadperiode stapsgewijs te komen tot een OZB-tarief dat gelijk is aan het gemiddelde van de omliggende gemeenten met vergelijkbare omvang. Daar is in deze begroting een begin mee gemaakt. Bij andere heffingen (bv. riool, afval, hondenbelasting, legeskosten) is het richtpunt dat het kostendekkend moet zijn.

Accommodatiebeleid

Een belangrijk aandachtspunt is het accommodatiebeleid. De provincie heeft als toezichthouder op de gemeentelijke financiën uitdrukkelijk aangegeven dat ze van de gemeente Meerssen verwachten dat dit beleid vóór 2020 is vastgesteld (inclusief meerjarenonderhoudsplan en financiering).

Daarnaast resteert van de vorige raadsperiode nog een taakstellende bezuiniging op dit gebied ter grootte van € 180.000 die wel is ingeboekt, maar nog niet is geëffectueerd. Deze taakstelling moet alsnog in 2019 gerealiseerd te worden. Komend jaar wordt dus gebruikt om deze taakstelling alsnog te bereiken en het accommodatiebeleid af te ronden.

Sociaal Domein

Het Sociaal Domein is het volgende belangrijke aandachtspunt. Daaronder valt de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), de Jeugdzorg en de Participatiewet. Samen ook wel bekend als de drie D's. Gebleken is dat de rijksvergoeding op deze drie gebieden (en dan met name Jeugdzorg en daarna WMO) bij lange na niet toereikend was om de uitgaven te betalen. Gevolg is dat de financiële reserve die de gemeente voor deze drie D's gecreëerd had, behoorlijk is uitgedund. Voor het komende jaar hebben we ervoor gekozen bij de raming van de uitgaven voor het Sociaal Domein uit te gaan van de realistische bedragen, dus op basis van ervaringsgegevens. Daarvoor zijn de werkelijk gerealiseerde bedragen van de periode januari t/m juni 2018 genomen, werden deze doorgetrokken naar de rest van het jaar en kwam zo een redelijk realistisch beeld van de te verwachten uitgaven over heel 2018. Die cijfers vormen de input voor de begroting 2019 op het onderdeel Sociaal Domein. Duidelijk mag zijn dat deze cijfers een zware claim leggen op de nu voorliggende begroting.

Duurzaamheid

Voor het maken van verantwoorde beleidskeuzes is het noodzakelijk om het aspect 'duurzaamheid' nadrukkelijk te betrekken. Op de eerste plaats in de klassieke context van het begrip duurzaamheid, dus op het gebied van energie. We zitten nu in tijdsgewricht waarin een sterke focus ligt op de transitie naar duurzame energie en deze transitie verdient aandacht. Ook in de gemeente Meerssen.

Daarnaast ook duurzaamheid in financiële zin: investeringen, onderhoudsplannen, instandhouding etc. Eigenlijk alle gemeentelijke uitgaven moeten vanuit die duurzaamheid benaderd te worden. Dat betekent: nadrukkelijk kijken naar de financiële haalbaarheid en betaalbaarheid op lange termijn. En daarvoor is een toekomstgerichte visie nodig: wat willen we als gemeentebestuur en waar we willen we naar toe gaan? Welke consequenties hangen daaraan vast? Het vraagt ook om een integrale benadering, want de maatschappelijke vraagstukken en uitdagingen voor gemeentebesturen worden steeds complexer.

Nieuw college

Het huidige college van B&W werd benoemd op 30 mei en is bij het uitgeven van de begroting vier maanden in functie. Een periode waarin ook nog het zomerreces viel. In dat tijdbestek was er weinig ruimte om te komen tot nieuw beleid met een bijbehorende financiële doorvertaling. Daarnaast lopen diverse aangegane verplichtingen uit de vorige raadsperiode nog door in de komende jaren. Om die reden is er 'behoudend' begroot. In het jaar 2019 zal de ontwikkeling van nieuw beleid wel volop vorm en inhoud gaan krijgen.

De richtlijn van de provincie als toezichthouder is dat er een sluitende meerjarenbegroting ligt. Daar voldoet deze conceptbegroting aan. Zij het dat die sluitende begroting in het derde en vierde jaar bereikt wordt, niet in de eerste twee jaren. Met de thans voorliggende conceptbegroting is een goede basis voor verdere ontwikkeling gelegd en het vertrouwen is er dat we in de volgende fase van deze raadsperiode via doordacht en duurzaam beleid kunnen komen tot een meerjarige stabiele financiële huishouding van onze gemeente. 

In het raadsinformatiesysteem kunt u de concept-gemeentebegroting inzien.

Relevante documenten en links