Aanlegvergunning

Beschrijving

In het bestemmingsplan kan worden bepaald dat voor bepaalde activiteiten, geen bouwwerkzaamheden zijnde, een aanlegvergunning vereist is. Veelal zal het hier activiteiten in het buitengebied betreffen, zoals onder meer het ophogen, egaliseren dan wel afgraven van gronden, het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of het verrichten van werkzaamheden aan kleinschalige landschapselementen zoals graften, begroeide steilranden, holle wegen of houtsingels. Tevens is er ook een aanlegvergunning vereist voor het rooien van hoogstamfruitbomen. Aan het verlenen van een aanlegvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden, die onder meer betrekking kunnen hebben op het bieden van natuurcompensatie.

Voor de volgende gevallen is geen vergunning nodig:
1. Verrichten van normaal onderhoud en beheer.
2. Werkzaamheden waarmee is of mag worden begonnen op het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.
3. Werkzaamheden op het eigen erf, zoals in het bestemmingsplan is aangeduid.
4. Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van in- en uitritten, tot een maximum van 25 vierkante meter en mits uitgevoerd met toepassing van gecertificeerd steengranulaat, stol, silex of grasbetontegels.
5. Het verlagen van de bodem of het afgraven van stukken grond, voorzover daarvoor een vergunning nodig is in het kader van de Ontgrondingswet.
6. Het vellen of rooien van fruitbomen.
7. Werkzaamheden waarvoor een vergunning nodig is in het kader van de gemeentelijke bouwverordening.


Meer informatie is te verkrijgen bij het klantenbureau Bouwen en Milieu van de gemeente (maandag tot en met vrijdag van 09.00 uur tot 12.00 uur).

Levering
Meenemen
Doorlooptijd dagen
WetgevingWet op de Ruimtelijke Ordening, bestemmingsplan.
ResultaatVergunning
Meer informatie bij
Synoniementoestemming aanlegsteiger
Zie ook
Bijgewerkt02/10/2007